Trainingstips voor F-Pupillen
De basis van dit verhaal is afkomstig uit opleidingsboeken jeugdvoetbal van Wiel Coerver.
Oefenstof
Rekening houdend met kenmerken F-jes:
1. Speels
2. Snel afgeleid
3. Weinig concentratie om iets lang te doen
4. Individueel gericht.
Wat ga je doen? en waarom!
* plezier voorop -------------------- spelvreugde
* veel balbehandelingen -------------------- balgewenning/balcontrole
* alles met bal -------------------- balgewenning/balcontrole
* niet lang laten wachten -------------------- snel afgeleid
* (bijna) niet stilstaan -------------------- snel afgeleid/speels
Hoe ga je het doen?
* Voordoen! Praatje/Plaatje/Daadje
* Maak wedstrijdjes: Willen winnen en scoren!
Dus leg uit in simpele woorden:
- hoe is je lichaamshouding als je een bal trapt
- wanneer wreef/ wanneer binnenkant voet en hoe raken
- hoe zwaait speelbeen en hoe staat standbeen
- hoe moet je een bal stoppen ( meeveren)
- hoe/wanner dribbelen en drijven (in simpele woorden)
Bij alles wat je doet:
- praatje ---------------------------------------------- plaatje-------------------- daadje
vertel wat je doet en hoe je het doet -----laat het 1x voordoen -----nu zelf doen
- baken jouw terrein af ! (pionnen)
1 Voor balvaardigheidoefeningen zie het boek van Wiel Corver F- stof
2 Dribbelen / Drijven:
a)
x l
x l
x l --------------- doeltjes van pionnen
x l
x l
x ----------------------------------------------- l
zijlijn 25 meter
* iedere speler een bal en dribbel naar 't doeltje en mik op het doeltje op commando
* variant: dribbel en op commando naar je vriendje schieten en snel terug naar je plek en dan komt je vriendje naar jou toe (2- tal)
b) zet een terrein af van 25 bij 25 meter ( vierkant) Deze afmetingen zijn geschikt voor 10 - 12 spelers.
* dribbelen en op commando bal stoppen en erop zitten ( wie was het eerst???)
* dribbelen en op commando bal stoppen en ander kant op.
* dribbelen en op commando naar links of naar rechts
Variaties : zet met pionnen kleine doeltjes buiten het vierkant en laat ze op commando hierop schieten.
c) Maak rechthoek van 35 bij 20 meter (opnieuw afhankelijk van aantal spelers)
Plaats aan de overzijde van de spelers een doel.
x
x
x o
x o
x
x
* acht man met bal en twee zonder. De acht moeten naar de overkant en tot de lijn dribbelen. De twee moeten hen tegenhouden. (vergeet niet spelers te rouleren) Hoeveel zijn er al overgekomen, Hoeveel zijn er afgepakt. Maak wedstrijdje!
Variatie: Na het voorbijgaan van de afpakkers mogen ze op het grote doel schieten waar een keeper/trainer instaat.
d) Maak een rechthoek met in de rechthoek kleine goals van pionnen.
Dit is een moeilijke! Vijf keer een tweetal met per tweetal een bal! Ze mogen in alle doelen scoren en moeten de bal bij elkaar afpakken. Wie scoort het meest na bijvoorbeeld twee minuten.
3 Afwerken/passen en trappen.
a)
x -------------------------------------- x twee speler tegenover elkaar en laat ze schieten naar elkaar
Dus met de wreef / binnenkant voet en over de grond / door de lucht. Let hierbij goed op de afstand. Varieer ook de aftstanden. Leg goed uit hoe ze moeten schieten.
b) Eventueel combineren met dribbelen
x ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~ x
x -------------------------------------------------------- x
- twee pionnen op 20 meter (x) van elkaar
- twee tallen --- dribbelt men naar pion en daar past men naar zijn vriendje en rent terug.
c) met doel
* dribbelen en slalommen langs de pionnen (linker en rechterbeen) en schieten op het doel. Bal halen en achteraan aansluiten. Let hierbij goed op dat er twee rijtjes worden gemaakt. Laat de jongens niet te veel stilstaan. Liever twee rijtjes van vijf dan een van tien. Keepers zijn spelers die rouleren
* trappen/passen met bink. voet naar trainer. Aangeven linker- rechterbeen (praten) en afwerken op doel met de wreef
* spelers starten tussen twee pionnen, dribbelen naar twee pionnen en dan afwerken.
4 Nooit oefenen met koppen. Hierdoor kan grote angst ontstaan om te gaan koppen en dan bestaat de kans dat ze het nooit meer doen. Ook geen positiespel 5-2 etc. eerst moeten de basisvaardigheden goed uitgevoerd kunnen worden.
5 Spelenderwijs leren overspelen/partijspel
a) Maak een vierkant en zet aan iedere zijde een speler. Midden in het vierkant een speler. We gebruiken 1 bal.
* de vier spelen elkaar de bal toe en de verdediger moet hem afpakken( ook hier rouleren). Ze leren nu passen aannemen en spelenderwijs samen te spelen.
Variatie 3 tegen 1
b) Partijtjes
- kleine partijen 3:3 tot en met 5: 5
- zijn er geen keepers dan vliegende keepers ( om beurten)
- indien mogelijk grote F - doelen
- zet je veld af! hou je ook aan de spelregels. Corner uitbal etc.