Het 1 tegen 1duel

 

De keeper heeft bij een 1 tegen 1 situatie altijd een kans om als winnaar uit de strijd te komen.  Hij moet in zo'n situatie proberen om zich zo groot mogelijk te maken en zo dicht mogelijk op de bal proberen te komen. Hij geeft zichzelf ook veel kansen als hij de mogelijkheden voor de tegenstander zo klein mogelijk weet te maken.

Speelt de tegenstander de bal iets te ver voor zich uit en de keeper denkt erbij te kunnen dan zal hij de bal moeten onderscheppen. Dat kan zijn voordat de tegenstander de bal weer raakt , het kan ook zijn dat het tot een soort van blokkade komt waarbij allebei tegelijk de bal raken. Ook is er de mogelijkheid dat de aanvaller net iets eerder bij de bal is maar omdat de keeper er zo dicht 'op' zit er alleen maar een mogelijkheid is om de bal tegen de keeper aan te spelen.

Kan de keeper de bal niet onderscheppen dan moet hij dus zo dicht mogelijk bij de tegenstander zien te komen. Door zijn opstelling en zijn houding dwingt de keeper de aanvaller als het ware om hem heen te laten gaan. Deze situatie biedt de keeper heel veel mogelijkheden om als winnaar uit de 1 tegen 1 naar voren te komen. De keeper is niet alleen winnaar als de bal tegen hem aan wordt geschoten, of als hij de bal klemvast verwerkt. Hij is ook winnaar als er naast of over het doel wordt geschoten. Ook als hij ervoor kan zorgen dat door zijn actie de tegenstander zoveel extra tijd nodig heeft dat de verdedigers weer een rol kunnen gaan spelen, dan is de keeper in deze situatie winnaar. Nu heeft hij weer extra hulp van zijn verdediging.   

Als keeper moet je dus dikwijls je doelgebied uitlopen om een of meerdere doorgebroken tegenstanders tegemoet te gaan. Hiervoor dien je wel in de goede uitgangshouding klaar te staan. (De atletiek starthouding zullen we maar zeggen...) Hij moet namelijk razendsnel kunnen reageren op diepteballen, lobs en doorgebroken tegenstanders. Klaarstaand in die situatie zal hij een keus moeten maken. Denk er daarbij dan aan dat je als keeper nooit je doel uit moet gaan als er nog verdedigers in de buurt zijn die met de tegenstander in het duel zijn of als er medespelers in de buurt zijn die deze tegenstander nog op kunnen vangen. Is er echter géén verdediger meer in de buurt, dan zal je zelf zo snel mogelijk het doel uit moeten om de tegenstander de kans op scoren te beletten. Daarom is de goede uitgangshouding zo belangrijk. Let je even niet goed op, dan kan die halve seconde net het verschil maken.

Probeer in te schatten hoe de aanvaller op je afkomt. Komt hij in volle sprint op het doel af dan zal je snel moeten handelen en moet je met een sprint hem tegemoet gaan. Heb je eens besloten je doel te verlaten, ga er dan vol voor en stop of keer niet terug eer het grootste gevaar is geweken. Ga je toch te vroeg terug  dan ben je vermoedelijk te laat. De keeper moet bij zijn beginpositie de intentie hebben om een zo groot mogelijk gebied voor hem te beheersen. Hierdoor maak je het voor de aanvaller moeilijker. Je hebt een brede gedekte ruimte achter je en de schietmogelijkheid voor de aanvaller wordt moeilijker. Als hij aarzelend op het doel af komt, dan probeert hij je misschien uit het doel te lokken. Dan zal hij gaan proberen om je te omzeilen of je met een lob te passeren. Ga als je dicht bij de aanvaller bent, met een gebogen bovenlichaam, iets door de knieën gezakt en je armen gespreid naar voren. Zorg dat je handen zijn geopend en doe net of je op kleine beesten aan het jagen bent . Probeer zo kort mogelijk op de bal te komen. Als je dat lukt dan kan de aanvaller eigenlijk nog maar een ding en dat is je passeren. Dan moet hij om je heen en gaat hij automatisch naar de buitenkant. Hierdoor komt hij schuiner voor het doel te staan en wordt het scoren moeilijker. De keeper vergroot zijn kans om als winnaar uit de strijd te komen.

Als je in een wedstrijd al eens oog in oog met je tegenstander hebt gestaan, dan weet je misschien al wat hij de volgende keer gaat doen. Blijf dus goed kijken naar de aanvallers. Gebruiken ze allebei de benen, of kunnen ze alleen maar voetballen met rechts of links... Verder moet je alle bewegingen van de aanvaller in de gaten houden. Ga met de bewegingen van de aanvaller mee tot dat je zeker bent dat je op de bal kunt komen. Voor de keeper is geduld hier heel belangrijk. Maar al te vaak zie je dat keepers te snel gaan liggen, en zich op deze wijze als het ware te vroeg verkopen. Als je eenmaal op de grond ligt en de aanvaller heeft nog steeds de bal dan ben je als keeper enorm in het nadeel.

Als je het niet vertrouwt en niet durft te duiken in verband met blessures probeer de bal dan met de voet te spelen. Speel de bal dan naar de zijkanten. Schiet je hard middendoor dan is de kans groot dat de bal tegen de aanvaller aankomt en dan kan de bal alsnog via een kluts het doel in gaan. Duik je naar de bal, ga eerst met je handen gestrekt naar de bal ( en niet met je voeten...) werp je dan schuin voor de voeten van je tegenstander en trek de bal naar je toe. (Aansnijden van de bal) Leg ook zo snel mogelijk je kin op je borst. Door deze laatste beweging trek je je hoofd in en verminder je de kans op blessures. Als er een dolle spits op de keeper doorgaat raakt hij als je deze techniek gebruikt alleen je handen en niet je hoofd! Duik alleen als je zeker weet dat je de bal kan pakken of zo kan verwerken dat het eerste gevaar is geweken.

Buiten het zestienmetergebied mag de keeper overigens de bal niet met zijn handen pakken. Houdt hier rekening mee als je buiten dit gebied duikt naar een bal. Timing is bij dit  onderwerp heel belangrijk. In het begin is dit heel moeilijk voor keepers. Het zal iedere beginnende keeper overkomen dat hij verkeerd zit. Uitlopend toch te laat bij de bal. De kritiek die hij dan over zich heen krijgt van supporters maar ook vaak van medespelers zal niet mals zijn. De taak voor de trainer om erop toe te zien dat de keeper door deze kritiek niet zo beschadigd raakt dat hij niet meer durft uit  te komen en stijf op de doellijn blijft. Je zal zien dat na een aantal keren die timing beter wordt. Wil je weten wanneer een keeper aardig door heeft hoe hier te handelen...? Dan moet hij uit de 10 situaties, 7 keer als overwinnaar naar voren komen. En de keeper is altijd overwinnaar als niet direct uit de 1 tegen 1 situatie wordt gescoord.

Lees ook het artikel de Dieptebal

Boekentips:

Basisboek Keeperstraining Frans Hoek

Steun Jeugdvoetbaltips
en bestel dit boek via
Keeperstraining<br>F. Hoek
Keeperstraining
F. Hoek

 

De coach en zijn keeper Maarten Arts

Steun Jeugdvoetbaltips
en bestel dit boek via
De coach en zijn keeper
M. Arts

 

Keepen is een kunst Piet Schrijvers

Steun Jeugdvoetbaltips
en bestel dit boek via
Keepen is een kunst<br>Peter Schrijvers
Keepen is een kunst
Peter Schrijvers

naar Keeperstrainingsinformatie

naar Masterclass deel 3 - Hans van Breukelen en Ferry Thomassen

naar Startpagina