De Inworp  
 
Wanneer de bal tijdens de wedstrijd geheel en al over de zijlijn is gegaan, moet het spel worden hervat met een inworp. Als de speler van partij A de bal het laatst heeft aangeraakt voordat deze over de zijlijn ging, moet de speler van partij B de bal inwerpen. Hij moet dat doen vanaf de plaats waar de bal over de zijlijn ging. 

 

Bij het inwerpen moet op het volgende gelet worden:

- op het moment dat de inwerper de bal loslaat, moet hij met een gedeelte van de voorzijde van zijn lichaam naar het speelveld gekeerd zijn

 - een deel van elke voet moet op de zijlijn of op de grond achter de zijlijn staan

- de inwerper moet de bal van achter het hoofd daarboven loslaten

- de inwerper moet beide handen gebruiken. 

De bal is in het spel onmiddellijk nadat hij in het speelveld is gekomen. Wanneer de inwerper de bal rechtstreeks naar zijn doelverdediger gooit, mag deze de bal niet met de hand(en) of arm(en) spelen. Gebeurt dit toch, dan krijgt de doelverdediger een indirecte vrije schop tegen.  

 

Wanneer de bal over de zijlijn is gegaan, dan moet deze met een inworp weer in het spel worden gebracht door een speler van de andere partij dan die de bal het laatst heeft aangeraakt. Bij de inworp dient de speler met beide benen op of voor de lijn te gaan staan en de bal boeven het hoofd te gooien. De afgebeelde speler laat de bal vallen. De inworp moet nu overgenomen worden door een speler van de tegenpartij.

 

 

 

 

 

 

 

Wat kan er bij de inworp misgaan?

- de bal wordt ingegooid vanaf de verkeerde plaats

( de scheidsrechter laat de tegenpartij inwerpen )

- Nadat de bal is ingeworpen, speelt de inwerper de bal opnieuw, voordat een andere speler (medespeler of tegenstander) de bal heeft aangeraakt 

( doet de inwerper dit met de voet: de tegenpartij krijgt een indirecte vrije schop )

- de inwerper zondigt tegen een of meerdere vermelde punten waarop gelet moet worden

( de scheidsrechter laat de tegenpartij inwerpen )

- de inwerper laat de bal per ongeluk vallen

( de scheidsrechter laat dezelfde partij inwerpen )

- de bal wordt op de juiste manier ingeworpen maar gaat via de scheidsrechter, een assistent-scheidsrechter, door de wind, of door een oneffenheid in het veld, opnieuw de zijlijn over zonder dat hij door een speler wordt aangeraakt.

( de scheidsrechter laat de tegenpartij inwerpen )

Deze speler werpt foutief in, omdat hij met een been niet op de grond staat. De tegenpartij moet nu inwerpen.  Deze speler staat met een been in het veld. Ook hier moet nu de andere partij inwerpen. De speler stond met beide voeten gedeeltelijk op de lijn. Bij het inwerpen kwamen zijn hielen echter omhoog van die lijn, waardoor hij alleen in het veld stond. De inworp is nu voor de tegenpartij.

Op de drie foto's wordt ingegooid. Wat doet de speler fout? Zet de cursor op de foto voor de antwoorden.

Bij het inwerpen moet men met zijn gezicht naar het speelveld staan. Deze speler verspeelt op deze wijze de inworp aan de tegenpartij.

De bal moet altijd binnen de afrastering worden geworpen. Deze inworp is dus niet toegestaan.

Hieronder nog vier afbeeldingen. Op welke afbeelding wordt er correct ingegooid? Zet de curosor op de foto's voor de antwoorden.

Het inwerpen moet gebeuren met beide handen. Op deze foto is duidelijk dat alleen met de rechterhand gegooid wordt. De linker hand is er slechts voor de schijn bij. De tegenpartij dient na deze foute inworp opnieuw in te werpen. Deze inworp is juist. Van achter het hoofd wordt de bal gegooid en boven het hoofd losgelaten. Foutieve inworp. Een been is binnen het veld. Correcte inworp. De inwerper neemt geen risico. Hij staat buiten de lijnen en werpt de bal boven zijn hoofd.

Hinderen bij een inworp niet meer toegestaan.

Sinds de zomer van 2005 moet de speler van de tegenpartij bij een inworp een afstand in acht nemen van minimaal twee meter. Zo mag een tegenstander  niet meer vlak voor de inwerper gaan staan.

.Uit een inworp kan nooit rechtstreeks een doelpunt worden gemaakt. Gaat de bal uit een inworp rechtstreeks over de eigen doellijn - al of niet tussen de palen - dan moet de tegenpartij het spel met een hoekschop hervatten. Gaat de bal over de doellijn van de tegenpartij, dan mag de tegenpartij een doelschop nemen.

De inworp wordt tijdens de training nogal eens over het hoofd gezien, met als gevolg dat er tijdens de wedstrijd heftig gereageerd wordt wanneer de scheidsrechter constateert dat het ingooien niet volgens de regels gebeurt en dus de andere partij de bal toekent. Bij de inworp is het vooral een kwestie van discipline. Tijdens trainingspartijtjes technisch correct inwerpen en volgens de regels, dus goede uitgangspositie, bal met beide handen gooien, op het juiste moment loslaten en dergelijke. Als er in de training onvoldoende aandacht wordt besteed, dan zal men tijdens de wedstrijd voor verrassingen komen te staan. 



Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer |  Mail de webmaster  Laatste upload op: 08 mei 2008