Dit
stukje kwam de E3-websmaster tegen op Internet. Van de auteur Frank
van Marwijk hebben wij toestemming gekregen om dit artikel op onze
website te plaatsen. Deze tekst is afkomstig van de website www.lichaamstaal.nl
De
taal die iedereen spreekt...
Lichaamstaal
en sport.
In elke situatie
waar mensen bijeen zijn, communiceren we door middel van
lichaamstaal. Ook in de sport ontbreekt deze communicatie dus niet.
De spelers geven elkaar voortdurend boodschappen tijdens hun spel,
soms bedoeld, maar vaak ook onbedoeld. Het is zelfs zo, dat kennis
van deze niet uitgesproken taal een verschil kan uitmaken tussen
winnen of verliezen. Hiertoe worden bepaalde lichaamstekens zeer
welbewust gemaakt en andere juist verhuld.
Verhullen van lichaamstaal.
Het verhullen
van lichaamstaal is het meest bekend bij pokeren. De pokerspeler
moet voorkomen dat de tegenspeler aan zijn gezicht kan aflezen of
hij goede of slechte kaarten in handen heeft. Iedereen kent de term
'pokerface' die de uitdrukkingsloze mimiek van de speler aanduidt.
De speler houdt zijn gezicht in de plooi, en kan zelfs beter een pet
en een zonnebril dragen, om ook de moeilijk controleerbare tekens
bij opwinding, zoals vergroting van zijn pupillen en knipperen met
zijn ogen, te maskeren. Maar behalve op zijn gezicht moet de speler
ook op de rest van zijn lichaam letten. Wrijven aan zijn kin of heen
en weer schuiven op zijn stoel kunnen verraderlijke tekens zijn.
Zelfs de manier waarop zijn handen de kaarten bespelen en zijn
ademhaling moeten onder controle blijven. Hij mag dus geen krachtige
bewegingen, of sierlijke zwaaien maken met een goede kaart, of diepe
zuchten slaken bij het zien van slechte kaarten. Ook de tijdsduur
van het kijken naar de kaarten en het al of niet maken van
oogcontact met de tegenspeler zijn 'verklikkers'. Zo blijkt een
speler langer naar slechte kaarten te kijken dan naar goede. Bij
goede kaarten vermijdt hij eerder het oogcontact met de tegenspeler.
Spelers die de kunst beheersen om te bluffen zonder een spier te
vertrekken, kunnen rijk worden van dit spel. Een andere techniek die
door pokeraars wel eens wordt gebruikt is het juist overdrijven van
hun lichaamstaal. De joker zit dan niet in het spel, maar tegenover
je aan tafel. Deze techniek is echter niet makkelijk en vraagt een
nog grotere beheersing van lichaamstaal. Bij kaartspelen zoals poker
wordt in dus erg goed gelet op de lichaamstaal van de tegenspeler,
maar ook bijvoorbeeld bij schaken
blijkt een speler aan de lichaamstaal te kunnen waarnemen hoe de
tegenstander over een zet nadenkt.
Lichaamsbeweging.
Veel mensen
beschouwen poker of schaken niet als een sport. Het competitieve
element er van is voor hen niet genoeg om over sport te kunnen
spreken. Voor hen moet er behalve lichaamstaal ook lichaamsbeweging
aan te pas komen. Ook bij dynamische sporten wordt gecommuniceerd.
Vooral in teamsport is het de kunst om tekens te geven aan
medespelers, maar deze te verhullen voor de tegenspeler. Ik zal het
gebruik van lichaamstaal bij voetbal als voorbeeld stellen.
 Lichaamstaal bij voetbal.
Als gesproken
wordt over de lichaamstaal bij voetbal wordt meestal het eerst
gedacht aan de handgebaren waarmee de trainer zijn jongens vanaf de
zijlijn instrueert en aan de tekens die de spelers aan hun
teamgenoten geven. Met een opgestoken hand kan een speler aanduiden
dat hij vrij staat en met een hoofdknik kan een keeper aan een
speler laten weten waar hij moet staan. We vergeten echter vaak dat
een voetballer ook tekens aan de tegenspeler geeft. Kennis hiervan
kan het verloop van het spel in een bijna even grote mate beïnvloeden
als bij het pokeren. Bij voetbal en andere balsporten geven mimiek,
oogcontact, houding, stand van de voeten, versnelling of vertraging
en blikrichting belangrijke informatie aan de tegenspeler.
Blik- en looprichting.
Als we in een
volle winkelstraat lopen, komt het maar weinig voor dat we tegen
iemand opbotsen. Mensen lopen in principe in een rechte lijn. Als
iemand recht op ons af komt lopen, zien we dit al vanuit onze
ooghoek. We kijken de ander dan kort aan en kijken daarna in de
richting waar we hem zullen passeren. Dit is een tweede natuur en
dit gaat dan ook maar zelden fout. Als een voetballer zijn
tegenspeler wil passeren, zal hij van nature ook een blik werpen in
de richting waar hij heen gaat. Naar links lopen, terwijl je naar
rechts kijkt, is heel onnatuurlijk. De tegenspeler kan door de
blikrichting van de speler dus informatie krijgen over de kant waar
hij hem vermoedelijk wil passeren. Voetballers worden getraind in
technieken om de tegenspeler hierin te misleiden. Het is
bijvoorbeeld mogelijk om de bal aan de ene kant van de tegenspeler
langs te spelen en zelf aan de andere kant te passeren. De
tegenspeler raakt hierdoor in verwarring omdat hij eerder verwacht
dat de speler de bal meeneemt in de richting waarin hij kijkt en
zich verplaatst.
Een strafschop
is ook een moment waarbij kennis van lichaamstaal van groot belang
is. De keeper weet niet waar de speler de bal zal richten. De speler
anderzijds kan ook nog niet inschatten naar welke kant de keeper zal
duiken. De richting van de aanloop en de blikrichting van de speler
kunnen voor de keeper belangrijke tekens zijn. Een speler die nooit
doel mist bij de trainingen, zal door de oplopende spanning bij een
belangrijke wedstrijd meer moeite hebben met het verhullen van deze
signalen. Ook de keeper moet voorkomen dat de stand van zijn voeten
en de kant waar hij heen kijkt zijn keuze van richting verraden.
'Ik sta vrij!'
Zoals eerder
genoemd kan een speler die vrij staat om de bal te krijgen, dit door
middel van een handgebaar kenbaar maken aan de keeper of aan een
medespeler. Erg subtiel is dat echter niet, want dit teken wordt ook
gezien door de tegenspelers die dan meteen voor dekking zorgen. Ook
versnelling van de pas is een teken dat opvalt. De meeste
voetballers proberen zich daarom eerst langzaam naar een open plek
te verplaatsen en zoeken oogcontact met de speler aan de bal. Als
deze het oogcontact beantwoordt, verplaatsen zij zich versneld in de
richting waar ze de bal verwachten.
Nog meer trucs...
Dit zijn maar
een paar voorbeelden van het gebruik van lichaamstaal bij voetbal,
maar eigenlijk kun je ieder oogcontact, elke houding, beweging en
aanraking die tijdens het spel gemaakt worden, zien als een
uitdrukking in lichaamstaal. De spelers van beide partijen zijn dus
voortdurend in communicatie met elkaar. Hierbij worden verschillende
trucs gebruikt om de tegenspelers op een dwaalspoor te brengen. Zo
wordt bij het aangooien van de bal vanaf de zijlijn, soms een andere
speler aangekeken dan waarnaar de bal wordt gegooid, maar de speler
die de bal wel krijgt heeft misschien al eerder een seintje gekregen
in de vorm van een korte blik. Elke schijnbeweging die wordt gemaakt
hoort tot dit communicatieve spel en ook de scheidsrechter moet zich
daarvan bewust zijn. Na te zijn getackeld worden door de spelers
soms spectaculaire duiken gemaakt, alleen om de aandacht van de
scheidsrechter te trekken. Een scheidsrechter die daar bewust van
is, straft dit af met een non-verbale maar zeer betekenisvolle greep
naar het borstzakje. Zijn kaarten zijn vaak verrassender dan die van
de pokeraar.
De andere kant van deze sport.
Bij de
beschrijving van de lichaamstaal van voetbal is het ook aardig om
deze sport eens te vanaf de andere kant te bekijken. We draaien dus
onze stoel een halve slag en kijken vanaf het veld naar de
lichaamstaal van de supporters op de tribune en voor de buis. De
supporters dossen zich uit in felle kleuren en leven het spel mee
met grote emotie. De spanning is van hun gezicht af te lezen en ze
tonen hun vreugde uitbundig. Ook hun verslagenheid laten ze
zichtbaar blijken. Het op deze manier genieten van het schouwspel
van voetbal doen we het liefst samen. Samen kunnen we het best delen
in de vreugde en ook in de tegenslag. Helaas wordt voetbal de
laatste tijd steeds meer geassocieerd met agressie.
Kijk maar eens wat een veiligheidsmaatregelen er al bij voorbaat
zijn genomen rondom het spektakel van Euro 2000. Maar het zijn niet
de voetballers die deze slechte naam veroorzaken, het is het gedrag
van de supporters. Er aan meewerken dat voetbal een leuke sport
blijft voor iedereen, zonder associatie met agressie, dat doen we
immers ook samen!
Elke sport kent zijn eigen lichaamstaal.
In de vorige
alinea's heb ik een paar voorbeelden gegeven van lichaamstaal bij
voetbal. Er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van
lichaamstaal bij voetbal en van sport in het algemeen. De
lichaamstaal en communicatieve aspecten van sport zijn talrijk, en
dit interessante onderwerp zou genoeg stof kunnen bieden voor een
aparte website of een dik boek. Iedere sport kent ook zijn eigen
specifieke aspecten van de lichaamstaal. Zo kunnen wielrenners
bijvoorbeeld door om te kijken, een teken geven aan hun
achtervolgers en maken judoka's slim gebruik van de bewegingen van
hun tegenstander, om hun stabiliteit aan het wankelen te brengen.
Kunstschaatsers en dansers moeten niet alleen een spectaculaire act
opvoeren, maar evenzeer letten op hun glimlach en op de interactie
met hun partner. Ook voor roeiers ligt het accent op ritme en
afstemming op elkaar. Bij schoonspringers is de houding van groot
belang, evenals bij schermers die al door een geringe verkeerde
beweging aan hun tegenstander een teken van onstabiliteit geven. Zij
zouden dit zeker ook aan de ogen en de mimiek kunnen zien als het
gezicht niet met een masker zou zijn bedekt. Boksers kunnen soms aan
de bewegingen van de schouders en aan de ademhaling van de
tegenstander bemerken dat deze wil toeslaan, en dan tijdig hun
verdediging aanpassen. Misschien beoefen jij zelf nog wel een andere
sport waarin je bepaalde aspecten van lichaamstaal herkent, die ik
hier niet heb genoemd. Het is aardig om daar eens over na te denken,
omdat je op deze wijze het sporten vanuit een heel ander
gezichtspunt bekijkt dan we gewend zijn. Je kunt je ervaringen
hiermee plaatsen in het gastenboek
van de website www.lichaamstaal.nl
, zodat anderen daar ook over kunnen lezen.
|