Sportmotivatie kinderen
Dit stukje is oorspronkelijk geschreven in het engels. Wij hebben geprobeerd het zo duidelijk mogelijk in het Nederlands weer te geven. Het kan voorkomen dat sommige zinsconstructies niet helemaal logisch zijn, maar ja we zijn geen beëdigt vertalers.
Het stuk tekst heet "Performance Edge - The Letter of Performance Psychology"

Motivating
Kids: Balancing Learning, Fun &
Ego
Auteurs: Mary D. Walling, Ph.D.
Mede auteur, Joan Duda is jarenlang actief geweest bij de Amerikaanse turnploeg.
De onderwerpen die aanbod komen zijn Doelen in de sport, tips voor coaches, tips voor ouders, creëren van een prettig sportklimaat.
Zoek het evenwicht tussen leren, plezier hebben en presteren.
"Misschien was ik blijer met de manier waarop ik had gespeeld dan dat ik tevreden was over het behaalde bedrag aan prijzengeld. Ik heb niets gedaan om het spel in diskrediet te brengen. Ik was ook trots dat supporters en tegenstanders mijn spel kwalificeerden als avontuurlijk en moedig" Arthur Ashe uit Days of Grace.
De uitdaging om de motivatie van jonge kinderen levend te houden krijgt grote aandacht van coaches en ouders om twee redenen:
1. We willen proberen niet korte maar juist een langere tijd kinderen te laten deelnemen aan sport. Een groot deel van de volwassen bevolking leidt verschillende levensstijlen. Onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer mensen tijdens hun jeugd positieve ervaringen opdoen met sport, de kans groter is dat ze ook op latere leeftijd aan sport blijven doen.
2. Er bestaat ook de wens van coaches en ouders om het niveau van perfectie na te streven. Veel talentvolle kinderen blijken vroegtijdig aan burn-out effecten te lijden nog voordat ze de mogelijkheid hebben om hun talent verder te ontwikkelen.
Hoe kunnen we de motivatie onder kinderen verhogen? Hoe kunnen we jonge talenten aansporen verschillende sporten te proberen. Hoe kunnen we kinderen harder laten werken als ze sport bedrijven, en ze dan ook nog van hun sport laten genieten? Sommige jongens en meisjes hebben zonder twijfel plezier in sport. Vaak zien we ook dat veel kinderen hun belangstelling voor de sport verliezen, of dat ze te gestresst op jonge leeftijd met hun sport bezig zijn.
Recente onderzoeksrapporten door sportpsychologen lichten een tipje van de sluier op hoe plezier van de kinderen in sport tot relatie staat met deelname aan sportactiviteiten in de toekomst. Hoe kan er harder worden getraind, hoe kan de vaardigheid worden geoptimaliseerd? De resultaten van deze studies zijn opvallend en bemoedigend.
Wat zijn onze doelen?
Sportpsychologen zijn tot de conclusie gekomen dat sporters hun sport
benaderen met verschillende doelen. Sommige sporters meten hun succes af aan
de hoeveelheid trainingsarbeid en hoe hun ontwikkelingsproces en
"optreden" verlopen. Deze groep sporters duiden we verder aan als de
groep doelgerichte sporters. Zij voelen zich het meest succesvol als ze merken
dat er vooruitgang en verbeteringen te bespeuren zijn na lang oefenen. Deze
sporters kunnen wedstrijden verliezen, maar desondanks tevreden zijn over hun
optreden of hun wedstrijd.
De andere groep sporters heeft een heel ander uitgangspunt. Deze groep duiden we verder aan met de egocentrisch-gerichte sporters. De sporters die deze instelling hebben meten hun succes op een heel andere manier. Zij voelen zich het meest succesvol wanneer ze hun (super)talent of overmacht kunnen laten zien, door beter te spelen dan hun vrienden, of tenminste hetzelfde niveau te halen maar met veel minder inspanning. Voor hoog egoc. gerichte sporters is resultaat de definitie voor succes, afgezien van het vertoonde spel. Een overwinning garandeert een succesgevoel terwijl verlies een gevoel van falen veroorzaakt.
Fabeltjes over motivatie
Fabeltje nr. 1 Je bent of een doelgerichte sporter of een egocentrisch-gerichte
sporter...
Feiten: Mensen zijn niet indeelbaar in een vakje , hokje. Ze zijn op een
bepaald niveau zowel doel-als egocentrisch gericht. Sommige zullen er zoveel
mogelijk naar streven om zo hoog mogelijk te scoren. Sommige in allebei laag
of een bepaalde mix ervan. De onderzoekers hebben vragen ontwikkeld om te
bepalen met wat voor instelling mensen sporten. Welke instelling hebben
sporters t.o.v. hun sportbeoefening. De tweedeling in sportgerichtheid bevat
dertien onderwerpen die de benadering van de sporter(s) meten. De sporters
beantwoorden de vragen van het onderzoek die altijd beginnen met dezelfde
opening: "Ik voel me het meest succesvol in sport als
..."
Andere voorbeelden uit het onderzoek hanteren de stelling: "Sommige
maken er een potje van, maar ik niet" (Egocentrisch gericht onderwerp) en
"Het geeft me een kick om die oefening goed te kunnen uitvoeren, dan voel
ik me geweldig goed" (doelgericht onderwerp)
Fabeltje nr. 2 Egocentrisch-gerichte
sporters(ploegen) presteren beter dan
doelgerichte sporters(ploegen)
Feiten: Er is geen enkel bewijs dat deze stelling staaft als we spreken
over prestaties op de langere termijn. Egocentrisch gerichte sporters kunnen
meedogenloos lijken als sporters van een lager niveau hun eigen
kunnen demonstreren. Talentvolle egocentrische sporters kunnen enorm lijden in
slechte tijden bij o.a. blessures of tegenvallende prestaties. Een doelgerichte
sporter zal zo'n periode minder moeilijk ervaren dan de andere groep.
Fabeltje nr. 3 Alleen egocentrisch-gerichte sporters willen wedstrijden en
willen die ook winnen.
Feiten: Het grootste misverstand tussen verschillen in
toekomstverwachtingen is, dat doelgerichte sporters het niet kan schelen of ze
winnen of verliezen. Integendeel, doelgerichte sporters hebben vaak heel veel
tijd en energie in hun sport gestoken en ze willen door competitie zichzelf
beoordelen. Hoe ver zijn ze gevorderd, oftewel hoeveel zijn ze vooruitgegaan.
Het maakt niet uit hoe je tegen sport aankijkt, sporters willen winnen, het
verschil ligt echter in het waarom ze willen winnen. Voor egocentrisch-gerichte
sporters geldt: een overwinning geeft ze de macht om te
zeggen ik ben de beste! Een zege voor sterk doelgerichte sporters geeft ze de
bevestiging dat ze hebben bijgeleerd en dat ze vooruitgaan. Ze kunnen dan
zeggen; Ik doe mijn uiterste best dat doe ik niet voor niets. Als sporters een
wedstrijd hebben verloren kunnen alleen doelgerichte sporters daar een goed
gevoel aan overhouden. De egocentrisch gerichte sporters zullen zelden een
prettig gevoel overhouden aan een verloren wedstrijd.
Doelgerichte- en Egocentrischgerichte stellingen:
Wanneer voel je je het meest succesvol met sporten? Met andere woorden,
wanneer vindt je dat je sportactiviteiten goed voor je zijn verlopen? Lees
onderstaande stellingen en geef met een aantal punten aan in hoeverre je het
er mee eens bent. Tel de punten bij elkaar voor je persoonlijke score.
absoluut niet mee
eens 1 punt
niet mee
eens
2 punten
geen
mening
3 punten
mee
eens 4 punten
absoluut mee
eens 5 punten
Ik voel me het meest succesvol in sport als ...
De vragen 1,3,5,7,9,11,13 optellen en delen door 7 voor je doelgerichte
score.
De vragen 2,4,6,8,10,12 optellen en delen door 6 voor je egocentrisch
gerichte score.
Vreugde en Plezier
Onderzoek heeft uitgewezen dat doelgerichte sporters over het algemeen meer
plezier aan hun sportbeoefening beleven. Tenminste zij vertellen meer plezier
te halen uit het deelnemen. Dit is vooral belangrijk als sporters vaak
verliezen of bijvoorbeeld niet zo goed zijn in hun sport. Sportpsychologen
hebben zich gerealiseerd dat plezier hebben geen doorslaggevende factor
is in samenhang met een levenslange afspraak om te blijven sporten, ongeacht
de leeftijd.
Houding t.o.v. fair-play en blessures
Omdat de doelgerichte sporters zich richten op persoonlijke verbeteringen
lijkt het erop dat ze meer waarde hechten aan de principes van fair-play. De
enige manier waarop ze hun eigen prestaties beter kunnen
beoordelen/vergelijken is door eerlijke wedstrijden te houden/spelen.
Doelgerichte sporters hebben weinig baat bij bedrog en het ontwikkelen van
afbrekende tactiek. Dit in tegenstelling tot de egocentrisch gerichte
sporters. Bij hun optreden is het primaire doel de tegenstander te overtreffen
en de superioriteit te demonstreren. Het is niet verwonderlijk dat bij deze
groep eerder de neiging tot onsportieve methoden zal ontstaan. Deze groep zal
ook minder moeite hebben met agressief spel. Alles moet geprobeerd worden om
te winnen. Op wat voor manier dan ook.
Motieven om mee te doen
Vooruitzichten, doelen in de sport worden in verbinding gebracht met de
motieven van kinderen en volwassenen die meedoen aan sport. Bijvoorbeeld,
sporters met hoge doelgerichtheid laten merken dat ze meer bij de sport
betrokken raken om hun vaardigheden te ontwikkelen, te meten bij wedstrijden,
en dat er een wisselwerking is met anderen. Dit tegenstelling tot egocentrisch
gerichte sporters. Zij doen om hele andere redenen mee aan sport, zoals
bijvoorbeeld het afdwingen van sociale erkenning.
Wensen als uitdaging/taak
Als er specialisatie plaats vind op een vaardigheid leidt dat bij
doelgerichte sporters tot de reactie om nog meer uitdagingen op te zoeken.
Persoonlijke verbetering wordt zelden bereikt door sporters die de optimale
uitdaging uit de weg gaan. Doelgerichte sporters vinden het minder erg als
mensen in het openbaar hun falen kunnen zien, mits dat een onderdeel is van
het leerproces.
Doorzettingsvermogen, wil om te blijven meedoen.
Doelgerichte sporters zijn gedreven harde werkers. Ze kunnen
geassocieerd worden met een groot doorzettingsvermogen, en ook het makkelijk
accepteren van veranderingen in eventuele toekomstige sportdeelname. Bijzonder
waardevol was de uitkomst in een van de studies waarin stond dat doelgerichte
jonge sporters met nog weinig vaardigheden na het verliezen van een
belangrijke wedstrijd direct reageerden met de opmerking: "Ik kan bijna
niet wachten om weer te spelen". Eenzelfde soort reactie kwam men niet
tegen bij de meer egocentrisch gerichte sporters.
Geloof in succes in de sport
John Nicolls (een in de Verenigde Staten bekende opvoedkundige psycholoog)
heeft gesuggereerd dat toekomstverwachtingen van sporters vaak een
afspiegeling zijn van hoe zij sport zien. Jonge doelgerichte sporters geloven
in succes in sport als ze hard werken, veel trainen, samenwerken met vrienden.
Egocentrich gerichte sporters definiëren succes alleen als suprematie kan
worden getoond, ze de duurste spullen kunnen showen, ze het beste materiaal
hebben, ze situaties naar hun hand kunnen zetten, of net te doen alsof ze de
coach aardig vinden. Deze groep staat ook voor het geloof dat succes ook
bereikt kan worden door het gebruik van (verboden) stimulerende middelen.
Doel van sport
Doelgerichte atleten houden zich meer vast aan de gedachte dat een
belangrijke functie van sport en fysieke activiteit een grotere behendigheid
oplevert. Daarin speelt de groepssamenwerking een belangrijke rol . Het geeft
een enorme kick om die grotere behendigheid met z'n allen te bereiken.
Egocentrisch gerichte sporters richten zich meer op sport omdat ze daarin een
mogelijkheid zien om zichzelf te bewijzen, het verhoogt hun sociale status.
Inspanning
Omdat egocentrisch gerichte sporters vaak bezig zijn met factoren waar ze
zelf weinig controle over kunnen uitoefenen (winnen/verliezen, optreden van de
tegenstander) is het niet vreemd, dat ze steeds een trapje hoger willen als ze
met hun sport erg begaan zijn. De sportpsychologische literatuur geeft
duidelijk aan dat het meedoen aan zwaardere competities niet altijd zal leiden
tot uitzonderlijke prestaties. Het is zelfs zo dat het vaker leidt tot
complicaties zoals blessures, en minder gecoördineerde bewegingen.
Motivatie klimaat
De doelen die kinderen voorogen staan worden beïnvloed
door de leefomgeving waarin ze zich bevinden. Een taakgerichte omgeving
kenmerkt zich door de herkenning dat fouten een onderdeel zijn van het
leerproces, het gevoel dat ieder individu een belangrijke plaats inneemt in
het team en het besef dat de coach verwacht dat iedereen zich voor 100% inzet
en probeert zichzelf te verbeteren.Als de omgeving meer egocentrisch ingesteld
is, ontvangen alleen de uitblinkers het merendeel van de aandacht en de
waardering. Een onderlinge teamrivaliteit is cruciaal voor succes.
Creëren van het juiste klimaat / Tips voor
coaches
Evalueer hoe je succes verwoord van het team.
Welk gedrag moet worden bestraft en welk moet worden beloond? Wat is er nodig
om succesvol te zijn? Wat wil je dat de spelers leren, en wat ze ervaren in
een team. Hoe ga je om met samenwerken in een team en hun persoonlijke
ontwikkeling. Stimuleer je onderlinge rivaliteit? Hoe benader je spelers als
ze fouten hebben gemaakt. Hoe ga je om met minder getalenteerde spelers. Alle
gedragingen van de coach beïnvloeden de doelstellingen van de spelers. Besef
als coach hoe de spelers hun sport benaderen. Vaak is het makkelijk om te
weten hoe spelers zelf de sportactiviteiten benaderen. Denk er ook aan dat het
motivatieklimaat thuis anders kan zijn als wat er op het veld wordt nagestreefd.
Je kan ervaren dat een speler van "niks" ondersteboven kan zijn, het
heel moeilijk vindt om verlies te accepteren, of ongeduldig met ploeggenoten
kan zijn . Een mogelijke oorzaak is het hoge egocentrisch gerichte klimaat
thuis. Het is niet ongewoon dat ouders langs de kant en kinderen in het veld
hetzelfde reageren op verschillende wedstrijdsituaties. Je hebt als trainer
niet de macht om situaties thuis te veranderen, maar je hebt een mogelijkheid
om ouders erop te wijzen dat er verschillende manieren zijn om sport te
benaderen. Dat er ook plezier gehaald kan worden uit het meedoen van spelers.
Maak bekend wat voor sfeer je creëert!
Aan het begin van het seizoen, communiceer
duidelijk met ouders en spelers over de doelen die je wilt bereiken. Hoe
definieer je succes? Wat verwacht je van de spelers en van de ouders.
Accepteer dat competitie niet goed of slecht is. Competitie betekent voor
iedereen iets anders, afhankelijk van de vaardigheid van de spelers. Het hangt
ook af van de mix van doelgeorienteerdheid en taakgerichtheid.
Tips voor ouders
Lees over sport en trainingsmethodes voordat je
je kinderen gaat instrueren. Vraag naar de doelstellingen. Staan kinderen het
hele seizoen reserve? Wat voor motivatie drijft de teambegeleiding m.b.t. de
competitie voor het team waarin je kind speelt. Hebben kinderen er plezier in?
Krijgen ze constructieve informatie van de coaches? Hoe reageren coaches als
er een fout wordt gemaakt? Betrokken ouders kunnen een heel grote invloed
hebben op de kwaliteit van het sportprogramma van de kinderen.Onthoud dat
positieve ervaringen op sportgebied op jonge leeftijd een grote invloed kunnen
hebben in de sportontwikkeling in de toekomst. Dit ten opzichte van de houding
van spelers, maar ook t.o.v. fysieke inspanning.
Steun je kinds coach
Onthoud dat in veel situaties, coaches goed
bedoeld enthousiast en zonder veel ervaring vrijwillig aan de slag zijn. Het
kan zijn dat ze weinig of geen opleiding hebben op het gebied van educatie,
psychologie, of trainingsmethoden. Relativeer het gedrag van de coach als hij
uit z'n slof schiet na lange trainingsarbeid en de resultaten vallen tegen.
Als je problemen hebt met de coaching of het gedrag of de houding, praat met
die persoon in kwestie, zonder je kind in dat gesprek tot het middelpunt te
maken. Help de kinderen te laten zien hoe goed ze hun best hebben gedaan in
plaats van de uitslagen centraal te stellen. Veel ouders kunnen de verleiding
niet weerstaan het gesprek met de kinderen direct aan te gaan over winnen of
verliezen. Individuele prestaties, de hoeveelheid prijzen, (doel)punten,
onderscheidingen. Dit zijn factoren waar kinderen zelf nauwelijks invloed op
uit kunnen oefenen. In plaats daarvan zoek naar manieren om de inspanningen
van de kinderen aan te moedigen.Voorbeelden kunnen we in het volgende
overzichtje geven. Belangrijk is dat reacties in de rechterkolom niet per
definitie fout zijn, als zij maar in juist kontrast worden geplaatst. Het is
helemaal niet verkeerd om af en toe te vragen of een kind gewonnen of verloren
heeft. Het heeft er meer mee te maken op welke toon dat wordt gevraagd en hoe
het gesprek verloopt. Let erop dat het niet zo moet zijn dat kinderen uit deze
gesprekken verwachten dat ze steeds de beste moeten zijn. Volwassenen kunnen
creatief zijn om verschillende manieren te vinden waarin gesprekken over sport
meer gaan over pogingen, vooruitgang, en ontwikkeling. Tot slot van dit
stukje volgen daarvan enkele voorbeelden.
|
|