- Naast een goede didactische
methode is goede coaching (begeleiding) belangrijk voor een succesvolle
ontwikkeling.
Goede coaching
heeft o.m. betrekking op goed communiceren, trainingsprogramma's maken
en motiveren van jeugdspelers.
- Het
prestatievermogen wordt bepaald door drie factoren: talent,
ontplooiingsmogelijkheden en motivatie/inzet.
- Motivatie is een
innerlijke gesteldheid die iemand brengt tot het verrichten of nalaten van
bepaalde activiteiten.
- Coaches/trainers
noemen jeugdspelers soms ongemotiveerd. Vaak zijn die spelers wel
degelijk gemotiveerd, alleen niet om klakkeloos te doen wat de
coach/trainer voorschrijft. Vergelijk het met het reguliere schoolsysteem
en het ondermaatse rendement daarvan.
- Spelers en
coaches/trainers hebben zo hun eigen motieven om met hun sport bezig te
zijn. Voor jeugdspelers zijn dat vooral het plezier, de uitdaging
(streven naar competentie) en de sociale contacten van de sport.
- De motieven
van de volwassen begeleiding kunnen heel divers zijn. Het is nuttig
na te gaan wat deze motieven zijn. Als regel mag gelden: het is legitiem
dat een coach/trainer z'n eigen motieven heeft, maar deze mogen niet
strijdig zijn met de belangen van de jeugdspeler.
- Onderscheid dient
gemaakt te worden tussen intrinsieke (van binnen uit) en extrinsieke
(van buiten uit) motivatie.
Spelers die
intrinsiek gemotiveerd zijn hebben een innerlijk streven ontwikkeld om
competent en zelfbepalend te zijn, een taak te beheersen, succesvol te
zijn. Ze beoefenen de sport uit liefde voor de sport zelf.
Spelers die
extrinsiek gemotiveerd zijn, streven doelen na omdat ze hierin
'bekrachtigd' worden door andere mensen. Deze bekrachtiging kan tastbaar
zijn (bekers, geld) of niet-tastbaar (lofuitingen, publieke erkenning).
Extrinsieke
motivatie verliest z'n invloed sneller dan intrinsieke motivatie.
Excessief geven van extrinsieke beloningen ondermijnt de intrinsieke
motivatie.
- Er is altijd wel
iets van beide vormen van motivatie aanwezig. Aandacht is echter geboden
voor de verhouding. Wil een speler op lange termijn iets kunnen
bereiken en plezier houden in de sport, dan is het noodzaak ervoor te
zorgen dat de spelers hun intrinsieke motivatie niet verliezen. Dus: fascinatie
voeden voor het spel. Een gericht, gedoseerd en gevarieerd aanbod
van activiteiten is hiervoor een voorwaarde.
- Coaches moeten zich
realiseren dat het er niet om gaat 'hoe' (de vraag naar de trukendoos) je
spelers motiveert, maar vooral 'waarom' spelers gemotiveerd zijn.
Een coach moet
daarom hun behoeften kennen en weten hoe ze de situatie (en hun
coach) waarnemen. Dat coaches spelers niet kunnen motiveren heeft er vaak
mee te maken dat die coaches niet goed begrijpen wat motivatie is.
- 'Wet van effect':
een gedrag belonen vergroot de kans dat dit gedrag herhaald wordt; gedrag
bestraffen verkleint de kans dat dit gedrag herhaald wordt. Dit werkt
uitstekend bij kleine kinderen. Als het er echter om gaat om spelers
zelfbewust te maken (topsporters als Kasparov en Cruyff zijn nu eenmaal
onafhankelijke geesten/zielen), wordt het verhaal minder eenvoudig. Dan
gaat het er niet meer om dat ze iets doen/laten vanwege de sanctie, maar
omdat ze er zelf achter staan. Dit veronderstelt van de coach discussie
met spelers en hen ruimte laten eigen ervaringen op te doen en conclusies
te trekken.
- Als al sancties
gegeven moeten worden, moeten die sancties voldoen aan drie criteria:
- geschikt zijn (bijv.
de eigenwaarde intact laten)
- overeenstemming
het gedrag zijn (geen kanon op mug)
- op juiste moment
gegeven worden (geen drie weken later)
- Coaches zien
zichzelf nog wel eens als de centrale spil waar alles van afhangt ('bekken
dicht en goed luisteren jongens'). Het creëren van een stimulerende
omgeving, waarin spelers actief hun eigen inbreng hebben en bijdragen
aan de 'cultuur', werkt echter effectiever.
- Bij motiveren zijn communicatievaardigheden
(goed luisteren, duidelijk informatie verschaffen) van de coach
belangrijk. Evenzo een open gedachtewisseling en empathie
(aandacht voor eigenwaarde/belevingswijze van spelers).
- Er zijn directe
en indirecte methoden van motivatie.
Direct (bijv. via
een gesprek) op basis van:
- 'compliance'
(doen vanwege straf/beloning)
- identificatie
(doen vanwege idoolfunctie coach)
- internalisatie
(doen vanwege eigen gemaakt hebben van normen/waarden/inzichten)
Welke methode men
kiest hangt af van wat het beste werkt (o.a. afhankelijk van leeftijd en
voorgeschiedenis) en de eigen coaching-filosofie (wil je zelfbewuste
spelers of robotjes).
Indirecte methoden
zijn gericht op het veranderen van de omgeving (fysiek en/of
psychologisch).
Psychologische
verandering van de situatie:
- bepaalde personen
wel/niet aanwezig bij bijv. trainingen
- andere houding
van de coach (emfatisch i.p.v. autoritair)
- spelers meer zeggenschap
over de situatie geven.
- Willen jeugdspelers
zich optimaal kunnen ontplooien, dan moeten ze leren dat ze zelf
invloed op de situatie kunnen uitoefenen. Coaches kunnen spelers
hierbij helpen door:
- regelmatig
succes laten boeken via keuze van tegenstanders
- leren
realistische doelen te stellen en persoonlijke verantwoordelijkheid
voor hun handelen te nemen.