Overtraind, Wat nu ...?
De meningen over de behandeling van dit trainingsverschijnsel zijn (ook hier) verdeeld. Ik plaats hier een stukje over de theorie die ervan uitgaat dat dit geen fysieke- maar een psychische kwestie is.
Bij het zogenaamde overtraind zijn is niet, de spier, het lichaam, overtraind (bij een gezonde slaap en goede voeding herstellen spier en lichaam snel) maar de geest, die is het beu geworden. Vaak wordt dan het advies gegeven van "uitrusten". Het advies kan echter erop neer komen dat de sporter, die geen psychische energie meer bezat, de raad geeft, juist datgene te gaan doen, wat voor hem in werkelijkheid grote psychische energie vergt. Overtraind zijn dat wil zeggen, dat men zijn geestelijke krachten niet meer achter zijn sport kan zetten. Het betekent dus verval van macht, hetgeen nogmaals de enorme waarde van deze geestelijke krachten in de sport aantoont.
Voorbeeld : Een professionele sportman had een lange periode van zeer veel wedstrijden achter de rug en zijn prestaties waren voor hem, als beroepssporter, op beangstigende wijze gedaald. Een arts had hem lichamelijk onderzocht een voor 100% fit bevonden. Advies van de arts was dat de sporter er het beste aan zou doen te gaan "uitrusten". Maar waar wrong nu precies de schoen? Deze sportman had contractuele verplichtingen. Bovendien was hij bang dat hij na een rustperiode nooit meer de oude zou worden, wanneer hij dit advies zou volgen. Hem waren genoeg voorbeelden bekend van overtrainde sporters die, met hun rust, hun ‘vorm’ blijvend hadden verloren. Deze angst is ook niet helemaal ongegrond. Het proces van "uitrusten" van de overtrainde sporter is er vaak een van lange duur. Zijn uitrusten wil dan zeggen buiten zijn sport en buiten de sport blijven, en daarbij doen zich bij de overtrainde dan reacties voor welke van rampzalige invloed zijn op de sportliefde. Vaak "leeft de sporter niet meer op ". Hij zakt als sportman geheel en al weg. Maar hoe kan je dan toch wat aan het probleem doen? Want als je er niets aan doet, dan blijf je slecht presteren. Om nog even bij de sporter van ons voorbeeld te blijven: Doe toch mee aan de afgesproken wedstrijden, ook al presteer je slecht. De kans bestaat dat je daarna, je beetje bij beetje beter gaat voelen. Leg de oefeningen van je eigen sport, enige tijd volkomen stil, maar ga wel iets doen, waarbij je een zogenaamde conditietraining onderhoudt. Doe iets wat je nog nooit hebt gedaan, en dat je een volkomen gedachten afleiding geeft. Loop 's ochtends eens een kilometer in zeer versnelde wandelpas, daarna 200 meter hard lopen en dat net zo lang tot er zo'n 10 kilometer op zitten. Dan ga je douchen . Vervolgens ga je 1 a 2 uur op je bed liggen, niet in bed onder de dekens maar op bed. Je voorkomt daarmee, het fnuikende lanterfanten van zogenaamd uitrusten, je dwaalt niet rond, je rust toch, terwijl je weet dat je toch sportbeoefening hebt gedaan. 's Middags ga je dan een paar uur tennissen. Tennissen...? Daar had hij nog nooit aan gedaan! Juist daar gaat het om. Tennissen, of iets anders, dat moet je zelf weten, maar in ieder geval moet je iets doen, wat je nog niet deed. Het nieuwe proberen neemt je hele geest in beslag, je lichaam is er flink mee in de weer. Je denkt niet aan je eigen sport en toch houdt je je lichaam fit en sportwaardig. Nauwelijks drie weken later nam de professional uit ons voorbeeld zijn training in zijn eigen sportdiscipline weer op, en twee weken later lied hij weten dat hij zelfs alweer beter begon te presteren. Of dit in werkelijkheid ook zo was, laat ik geheel in het midden. De man geloofde het , hij had weer ambitie gekregen, wat natuurlijk tot gevolg had dat hij weer beter begon te presteren, en dat hij binnen enkele weken weer geheel de oude was.
In de lijn van dit betoog plaats ik nog een verhaaltje over een wielrenner dat ik in een oud sportboek tegenkwam. Deze renner behoorde enige jaren tot de allerbeste wegrenners van Nederland. Hij had nu echter een seizoen, waarin hij totaal uit vorm was, hij reed heel slecht. Hij had jarenlang voor een Nederlandse fietsfabrikant gereden. Maar daar had hij onenigheid meegekregen en nu reed hij voor de concurrent. Een uitstekend buitenland fabrikant. Deze nieuwe 'baas' betaalde hem bij succes stukken beter dan de eerstgenoemde. Dit gegeven gaf hem een nog fellere prikkel om zijn best te doen. Maar succes lag nu niet binnen zijn bereik. Hij trainde precies zoals voorheen, maar zijn kunnen, zijn vorm, liep steeds terug. Hij was kerngezond en leefde zo sober dus daar lag het allemaal niet aan. Hij vroeg zijn Mental Trainer hem een brief te schrijven. Van zo'n vraag sta je toch even te kijken, maar al snel was duidelijk dat het hier ging om een hartekreet van een sporter in psychische nood. Hij vroeg geen brief over koetjes en kalfjes maar hij vroeg om morele steun. De MT heeft hem toen een brief geschreven, een suggestie-brief. Daarin stond:
"Hoor eens vriend, het is met jouw een bekend geval, een simpel geval. Je lichaam is goed, je bent goed gezond, je hebt geleefd als in de dagen dat je goed presteerde, je hart is goed, je longen zijn goed, je spieren zijn dezelfde gebleven, het zit dus niet in je gestel, het is alleen maar, dat je je zelfvertrouwen kwijt bent, je geloof, je overtuiging. En nu is het het simpelst, deze periode nog deze week af te sluiten. Je moet doen, alsof je een nieuw jaar, een nieuw seizoen begint, van voren af aan. Nu moet je beginnen met die fiets, waar je nu op rijdt, weg te doen en weer met een fiets van de Nederlands fabrikaat te gaan rijden. Die waar je je beste wedstrijden op reed. Je training begin je van voren af aan, als na de winterperiode. Je rijdt eerst enige dagen in matig tempo. De laatste tien kilometer leg je af in een iets sneller tempo. Dat voer je week na week op. Maar het voornaamste van alles is, is dat je iedere dag als je op de fiets zit, dat je dit alles, deze nieuwe opzet, uitvoert om over een maand weer de renner te zijn die je was. Namelijk snel, sterk en gevaarlijk. Je moet dit doel steeds voor ogen houden en daarom moet je ook steeds aan deze brief denken. Ik zeg je dat je reeds over veertien dagen het gevoel zult hebben dat je beter begint te rijden, en ik zeg je dat je over een maand een kracht zult hebben die ver boven je oude kracht uitsteekt."
Op deze manier met nog wat suggesties ging de brief van de trainer naar de renner. Het teruggrijpen op zijn oude fiets had er eigenlijk niets mee te maken. Hij had immers een uitstekende fiets. Maar na deze brief voelde hij het als een eerste voorwaarde, als een noodzakelijkheid. De fietsfabrikant weigerde hem vanwege het conflict nog gratis fietsen ter beschikking te stellen. Hij die toch altijd vanuit promotie-oogpunt al zijn materiaal gratis had gekregen. Maar de renner liet zich niet uit het veld slaan en betaalde zijn fiets zelf. Voorgehouden werd hem te beginnen met trainen in een rustig tempo. Het lag dan voor de hand, dat hij dan het gevoel zou krijgen, dat hij "vloog", waarmee hij na enkele weken zichzelf weer de vrije teugel zou laten.
Toen de trainer de renner vlak voor het Kampioenschap van Nederland voor het eerst weer persoonlijk ontmoette, gaf de wielrenner hem een stevige handdruk. Het enige wat hij zei was:"Nu zal je vandaag eens wat zien!" Het werd een formidabele overwinning, de machtigste die hij ooit had behaald. Hij won het kampioenschap met dertien minuten voorsprong op zijn concurrenten. En nu dit...! "Weet je, zei hij na afloop, dat ik iedere dag getraind heb met die brief onder mijn tenue op mijn borst. En dat ik aan je brief lag te denken als ik ging slapen...?"