Keeperstraining - Tips van Piet Schrijvers  
 

Piet SchrijversDeze informatie is geschreven in 1999 door Piet Schrijvers. Wij willen Piet van harte bedanken voor de speciale toestemming die hij heeft verleend om deze gegevens op onze website te publiceren. Natuurlijk kan het zijn dat er ondanks deze hoeveelheid aan informatie toch nog vragen zijn. Bezoek dan Piets website op www.keepers.nl Stuur hem een e-mail met je vragen en ze worden zeer snel beantwoord! Voor de tekst nog even het  volgende; er ontbreken helaas nog een aantal plaatjes (ter verduidelijking van de oefenstof). We hopen de technische problemen daarvan zo snel mogelijk op te lossen. En wellicht ten overvloede, maar toch: Niets uit onderstaande uitgave mag worden verveelvoudigd en/of worden gekopieerd zonder dat hier vooraf schriftelijke toestemming is verleend door de auteur.  

 

1. Inleiding 

Keeperstraining is een vak apart

De keeperstraining moet ten alle tijden serieus worden uitgevoerd. Zowel door de keeper als de keeperstrainer c.q. trainer. Het is niet van een paar ballen op het doel schieten en dat is het. Nee, er zit veel meer achter! De vraag is of men traint met jeugd- of met seniorenkeepers, amateurs of professionals. Voor elke categorie keepers is ook de training anders.

Voordat men begint aan de gerichte keeperstraining, moet men er voor zorgen dat de keepers over een zekere basisconditie beschikt. Deze conditietraining kan de keeper gedeeltelijk doen in de gemeenschappelijke training met de overige veldspelers.

Ook de gerichte keepers training dient altijd te worden begonnen met een warming-up. Deze bestaat uit wat lichte loopoefeningen gevolg door grondoefeningen zoals lenigheid, souplesse en afwikkeling.

Praat in de rustpauzes met de keepers veel over het keepersvak. Neem daarbij onderwerpen als de afgelopen wedstrijd, de komende wedstrijd, hoe de keeper het zelf ondervindt, hoe denkt de keeper over de trainingen, waar heeft de keeper behoefte aan. Een goede band tussen de keeperstrainer en de keeper bevordert de training en werkt veel plezieriger.

2. Aandachtspunten

2.1  Algemeen 

Er zijn een aantal belangrijke punten die men in de gaten moet houden:

  • de keeper moet fit zijn

  • de keeper moet erg geconcentreerd bezig zijn

  • de keeper moet zelf graag willen

  • de keeper moet eerzuchtig zijn en de beste willen zijn

  • de keeper moet willen luisteren en wat aan willen nemen

Als deze zaken bij een keeper aanwezig zijn, is het heerlijk samenwerken.

Daarnaast zijn er nog een aantal zaken waar de keeper steeds op gewezen moet worden:

  • de keeper moet altijd zijn gezicht naar het veld richten, dus niet draaien tijdens of na de val

  • nooit met het gezicht naar het doel terug lopen

  • altijd oogcontact houden met de bal en de spelers in het veld

    2.2 Schoeisel

Op grasvelden bij voorkeur voetbalschoenen met 6 afschroefbare noppen en geen vaste rubberen noppen. Dit voorkomt veelvuldig wegglijden en het voorkomt hierdoor blessures. Speel op kunstgrasvelden met speciale schoenen voor kunstgras of vaste rubberen noppen.

 

2.3 Kleding

Draag lekker zittende kleding. Vooral ´s winters warme en beschermende kleding. Tegen koude wind en regen is het raadzaam een nylon jack of hesje zonder mouwen te dragen onder trui of trainingsjack. Uiteraard zijn ook goede handschoenen van groot belang.

 

2.4 Materiaal

Om blessures te voorkomen (vooral hand- en vingerblessures) moet men altijd zorgen voor goed opgepompte ballen. Zoek altijd een goed stuk veld voor de warming-up. Deze hoeft immers niet in het doelgebied plaats te vinden.

 

2.5 Hulpmiddelen 

Laat de keeper altijd een streep van ongeveer 60 cm trekken haaks op en in het midden van: de doellijn, de 5 meter lijn en de 16 meter lijn. Hierdoor kan de keeper zich sneller oriënteren op het midden en zal niet zo snel worden verrast. 

 

2.6 Concentratie 

Concentratie is voor de keeper van het grootste belang. Als een keeper onder druk speelt en veel te doen heeft, zal de concentratie niet snel verslappen. Juist wanneer de keeper weinig te doen heeft, zal het moeilijk zijn de concentratie vast te houden. Het kan de keeper helpen de concentratie vast te houden door veel met de verdedigers te praten (coaching) en de bal blijven volgen. Zo heeft de keeper geen tijd om zich te bemoeien met zaken die zich om het veld of op de tribune afspelen en zal beter bij het spel betrokken blijven. 

 

2.7  De training 

Probeer de training voor de keepers steeds zoveel mogelijk te variëren. Anders worden de trainingen eentonig en voorspelbaar. Zorg er echter wel voor dat steeds de doelstelling duidelijk is. In dit stukje worden diverse mogelijke oefeningen aangegeven voor souplesse, lenigheid, conditie, reactie en kracht.Geef de keeper vooral bij gerichte oefeningen voldoende rust zodat ze de oefeningen goed kunnen uitvoeren en daardoor ook technisch uit de verf komen. Bij de conditie oefeningen begin je pas met de volgende oefening als de keeper volledig is hersteld van de maximale inspanning. De polsslag bij maximale inspanning is ongeveer 180 slagen per minuut. Bij herstel moet dit rond de 120 slagen per minuut zijn. Werk vooral in series. Probeer ook de oefeningen te laten zien vanuit de positie van de spits of aanvallende middenvelder. Hoe zou deze waarschijnlijk handelen wanneer hij in de richting van of voor het doel komt.

 

3. Warming-up 

3.1 De spieren

Het is voor een keeper belangrijk, dat hij voldoende spanning op de spieren heeft om zich af te zetten voor zijn sprongkracht. Spieren kan men vergelijken met een elastiekje: Als het gewoon op tafel ligt, doet het niets. Met andere woorden: als een keeper op zijn platte voeten staat (hakken op de grond), kan hij moeilijk wegkomen. Als je het iets uittrekt, veert het iets op en komt los van de tafel; dus als de keeper door zijn knieën buigt en opveert, dan komt hij een stukje van de grond. Als je het te ver uittrekt, springt het, als je het loslaat, de lucht in of te wel als de keeper door zijn knieën buigt en daarbij ook nog eens op zijn voorvoeten staat, heeft hij zoveel spanning op zijn bovenbeen spieren, dat wanneer hij afzet, hij zowel omhoog als zijwaarts kan wegspringen (afzet). Zorg er dus altijd voor, dat je voldoende spanning op je spieren hebt om je af te zetten. Het is ook belangrijk om er voor te zorgen dat als de bal op het doel wordt geschoten, je al iets op je voorvoeten staat om te reageren en je af te zetten richting de bal. Hierdoor hoef je niet eerst een onnodig hupje te maken en dan pas afzetten. Door dit hupje ontspannen namelijk je spieren en kom je net iets te laat en te kort. Er zijn momenten genoeg in de wedstrijd om je spieren te ontspannen. Een goed geconcentreerde keeper, met de juiste spanning op zijn spieren, wordt zelden verrast! 

 

3.2 Oefeningen 

Bij voorkeur trainen met 2 à 3 keepers. Dit geeft een goede verhouding in arbeid en rust voor de keeper. Eén keeper traint, de anderen hebben rust. 

 

3.2.a Bal gevoel 

De looppas wordt gedaan bijvoorbeeld in de breedte van het veld. Tijdens de looppas kunnen een aantal oefeningen met bal worden gedaan:

  • de bal omhoog gooien en gewoon weer opvangen

  • de bal omhoog gooien en met een sprongetje weer opvangen

  • de bal iets voor je uit rollen en weer oprapen

De oefeningen dienen een aantal malen te worden herhaald en eventueel met de keepers tegelijk worden gedaan. Je kunt ook met een aantal keepers, bij elkaar op de plaats, elkaar de bal toegooien. Dit natuurlijk met de nodige varianten zoals hoge bal, lage bal, rechts, links, hoge bal vangen en direct een lage bal oprapen, etc. 

 

3.2.b Lenigheid en souplesse 

Aansluitend op het balgevoel en de warming-up krijgt men de souplesse en lenigheids oefeningen. Deze zijn voor een seniorenkeeper belangrijk, maar nog meer voor de jeugdkeeper.

 

Oefening 1

Ga zitten in langzit, dus met gestrekte benen. Werp de keeper de bal links en rechts toe waarbij de keeper op zijn plaats blijft zitten en steeds met zijn bovenlichaam opkomt en zijwaarts afrolt. Deze oefening 12 keer links en 12 keer rechts, om en om.

 
 

 

 

 

 

Tekening 3.2.b.1

Oefening 2

Zitten in langzit (zie oefening 1). Gooi de keeper de bal aan, recht boven zijn hoofd. De keeper vangt de bal, rolt achterover, tikt met zijn voeten de grond aan en met gestrekte armen met de bal de grond aantikken. De keeper rolt terug en gooit de bal weer terug. Deze oefening 12 maal herhalen.

Oefening 3

De keeper gaat gestrekt op zijn buik liggen en houdt de voeten (tenen) aan de grond.Gooi de bal boven zijn hoofd aan. De keeper vangt de bal, komt met zijn bovenlichaam omhoog en gooit de bal terug. Deze oefening 12 keer herhalen.

Oefening 4

Laat de keeper languit op zijn zij liggen. De benen op elkaar en de onderste arm gestrekt. De bovenste schouder naar voren gericht. Gooi nu de bal dusdanig aan dat de keeper door zijn bovenste arm naar de onderste hand te strekken en de bal te vangen. Dit herhaalt men12 keer links en 12 keer rechts.

Oefening 5

De keeper hupt met beide voeten op de plaats. Gooi de bal hoog boven zijn hoofd zodat de keeper steeds omhoog moet om de bal te vangen. Dit doet men 10 keer. Dezelfde oefening kan men doen door de keeper steeds een paar meter naar voren te laten komen om de bal te vangen (afzet met één been, afwisselend rechts en links, daarna weer een paar meter achteruit. Ook deze oefening 10 keer herhalen

Oefening 6

De keeper staat in spreidstand. Speel de bal van voren tussen de benen van de keeper door. De keeper dient zich nu snel om te gooien en in de val de bal te pakken. Deze oefening dient de keeper zich om en om 5 keer links om te gooien en 5 keer rechts

Oefening 7

Gooi de bal ongeveer 3 á 4 meter naast de keeper. De keeper gaat met snelle kruispasjes zijwaarts en vangt de bal op het hoogste punt. De oefening dient om en om 5 keer links en 5 keer rechts te worden gedaan

Bovenstaande oefeningen dienen het hele seizoen door te worden herhaald om de souplesse en lenigheid van de keeper op peil te houden. Bij slechte weersomstandigheden kan men gebruik maken van een mat of een stuk oude vloerbedekking. Wanneer de keepers bekent zijn met deze oefeningen, kunnen zij deze oefeningen zelfstandig uitvoeren met de andere seniorenkeepers. Voor deze oefeningen heeft men ongeveer 20 minuten nodig om af te werken

3.2.c Doellijn 

Een andere vorm van warming-up is om een keeper veel te laten bewegen op de doellijn, van paal tot paal in combinatie met het vangen van de bal. Deze oefeningen zijn vooral geschikt wanneer er erg veel water op het veld ligt en men besluit een grote partij te spelen (zie hoofdstuk 11). De keeper krijgt zo toch een goede doorbloeding en wordt op deze manier goed warm waarbij de spieren goed loskomen 

Oefening 1 

De keeper staat in het midden van het doel, ongeveer 1 meter voor de doellijn. Gooi de bal links en rechts van de keeper zodat hij de bal kan pakken zonder zijn voeten te verplaatsen. Herhaal dit 10 á 12 keer om en om, links en rechts.Deze oefening is eigenlijk de basis voor de volgende oefeningen. 

Oefening 2 

Eigenlijk dezelfde als oefening 1, maar gooi de bal op borsthoogte iets verder zodat de keeper één pas naar rechts/links moet maken om de bal te pakken. 

Oefening 3 

Weer als basisoefening 1. Gooi de bal nog iets verder bij de keeper vandaan zodat hij moet lopen (kruispassen rechts/links) om achter de bal te komen.

Oefening 4

Hetzelfde als oefening 3, maar speel de bal nu over de grond en zorg dat de keeper achter de bal komt om deze te pakken.

Deze oefeningen dienen 12 keer herhaald te worden, links en rechts, om en om. De oefeningen kunnen ook met sprong worden gedaan. 

Oefening 5

Je kan het bovenstaande ook laten uitvoeren naar de bal toe. Aan het eind van deze warming-up nog een paar lekkere ballen in de handen van de keeper schieten en een paar ballen naast de keeper om te duiken en de keeper is klaar voor de grote partij.

4. 4. Technische oefeningen 

 4.1 Het vallen en afwikkelen op de zijkanten 

Oefening 1 

De keeper gaat op zijn knieën zitten. Je gooit de ballen zo naast de keeper dat hij de bal kan pakken en om  moet vallen. Let op: De keeper moet goed vallen en afwikkelen op zijn zijkant en niet op zijn elleboog en schouder punt. Verder dient de keeper zijn bovenste schouder naar voren te houden zodat hij niet op zijn rug valt. Deze oefening dient 10 keer gedaan te worden, zowel links als rechts, om en om. 

Oefening 2 

Hetzelfde als oefening 1, maar de keeper gaat op zijn hurken zitten. Je moet de keeper laten afwikkelen via zijn enkels, heup en bovenlichaam. 

Oefening 3 

Hetzelfde als oefening 2, maar nu moet je de keeper laten afzetten naar de bal die iets verder gegooid wordt.  Let op: Als je de bal rechts van de keeper gooit, betekent dat voor de keeper, dat hij met links moet afzetten om ver te komen. Bij links van de keeper gooien betekent voor de keeper met rechts afzetten. 

Oefening 4 

Hetzelfde als oefening 3, maar nu wordt de bal wat hoger gegooid zodat de keeper zich met beide benen moet afzetten om ver genoeg te komen om de bal te pakken. Let op: Wanneer de bal links van de keeper wordt gegooid, moet de keeper zich rechts afzetten voor de zijwaartse beweging en tegelijk met links voor de hoogte. Als de bal rechts van de keeper wordt gegooid is het uiteraard andersom.

 
 

 

 

 

Tekening 4.1.4

Bovenstaande oefeningen worden uitgevoerd in series van 10 ballen. Links en rechts, om en om. Deze oefeningen zijn vooral belangrijk omdat de keeper moet weten hoe hij moet vallen en afwikkelen. Doet hij dit op de juiste manier, dan voorkomt hij een hoop blessures, zoals kneuzingen van het lichaam en lichaamsdelen (ellebogen, knieën, ribben, etc.) De keeper moet ten allen tijde bij het vallen zijn gezicht naar het veld houden en niet draaien. Hierdoor houdt hij altijd het overzicht over de situatie.

Wanneer bovenstaande goed verloopt en de keeper dit zich eigen heeft gemaakt, kan worden doorgegaan met de volgende stap in technische oefeningen, te weten: het insnijden naar de bal.

4.2 Het insnijden naar de bal  

Het insnijden naar de bal houdt in dat de keeper naar de bal toe duikt in plaats van met de bal mee. Hierna wat oefeningen om het de keeper aan te leren en om later uit te bouwen naar meer gerichte oefeningen. 

Oefening 1 

De keeper gaat op zijn hurken zitten. Rol nu de bal schuin naast de keeper over de grond. Doe dit 10 keer links en 10 keer rechts, om en om. Deze oefening kan men ook doen door de bal hoog of half hoog aan te gooien Let op: De keeper moet schuin naar de bal toe duiken en niet alleen zijwaarts.

 

Tekening 4.2.1

Wanneer de keeper dit goed onder de knie heeft, is het en voordeel bij de voorzetten van de zijkant en vooral bij de korte teruggetrokken bal, zodat hij steeds eerder bij de bal is dan de inkomende aanvaller (zie hoofdstuk 8). Het insnijden van de bal kan men ook doen bij oefening 3 en 4 uit paragraaf 4.1.

5. Krachtoefeningen

 5.1 Bovenbeenspieren 

Deze oefeningen zijn nodig voor de sprongkracht en de afzet van de keeper. 

Oefening 1

Het opkomen vanuit de benen zonder de handen te gebruiken. De keeper zit in langzit met het rechterbeen onder het linkerbeen (de rechtervoet onder de knieholte van het linker been). Breng het gewicht op je rechterknie, omhoog komen en met twee handen de bal aan tikken. Hierna gaat de keeper terug in de uitgangspositie. Herhaal dit 10 keer. 

Doe nu hetzelfde maar dan het linkerbeen onder het rechterbeen. Na deze oefening nog eens 10 keer, maar nu om en om. Dus links en rechts om beurten omhoog komen. 

5.2 Armspieren 

De oefeningen worden met name uitgevoerd met een medicinbal. Doe de genoemde oefeningen niet achter elkaar maar verspreidt ze over de gehele training. 

Oefening 1 

Laat de keeper in langzit zitten en gooi de medicinbal aan. De keeper vangt de bal en gooit deze weer terug. Herhaal deze oefening 10 keer.

 
 

 

 

Tekening 5.2.1 

Oefening 2

Hetzelfde als oefening 1, maar gooi de bal nu naast de keeper. Hij dient de bal te vangen en terug te gooien. De bal mag niet de grond raken. Doe dit 5 keer links en 5 keer rechts.

Oefening 3

De keeper gaat op de rug liggen. Laat de bal vallen. De keeper vangt de bal en stoot deze terug. 

Deze oefening wordt 10 keer gedaan. 

 

Oefening 4

 

Laat de keeper op zijn buik liggen. Nu 10 push-ups. Voer dit op naar 20. 

 

Oefening 5 

Hetzelfde als oefening 4, maar nu rust de keeper met gestrekte armen en de handen op de bal. Nu afwisselend de handen van de bal en op de grond (dus de bal komt dan tussen de handen) en weer op de bal (beide handen tegelijk). Herhaal dit 10 keer.

We hopen met deze tekst alle keepers en vooral alle keeperstrainers een beetje op weg te hebben geholpen. Onze dank gaat nogmaals uit naar de auteur, Piet Schrijvers.

Trainingstipsstartpagina
Keeperstrainingsinformatie

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller