Pupillentraining
Bij de pupillen is het van groot belang dat de spelers zo snel mogelijk balgevoel ontwikkelen. Het verbeteren van de lichaamscoördinatie staat centraal. Wat is nou coördinatie? In het voetbal vertalen we dat naar "de techniek die nodig is bij alle bewegingen." Hieronder vallen:
Voor het ontwikkelen van de lichaamscoördinatie zijn er verschillende oefeningen.
Het zogenaamde "marcheren" met zoveel mogelijk de knieën omhoog. Eerst langzaam om vervolgens de snelheid op te voeren. Een andere oefening is de handen in de zij en zoveel mogelijk in "volksdanspas" op zij lopen (in huppelpas) Deze oefeningen kunnen we allemaal rangschikken onder de looptechniektraining. Het trainen van de coördinatie bijvoorbeeld tussen ogen en voetenwerk doen we weer door regelmatig met z'n allen langs elkaar heen te dribbelen. De spelers kijken in het begin alleen maar naar de bal. Hebben ze wat meer balgevoel kunnen ze ook om zich heen gaan kijken. Ze mogen de mededribbelaars niet raken. Door deze oefeningen veel te herhalen wordt de grove coördinatie langzamerhand fijne coördinatie. Veel goede spelers bij elkaar laten trainen geeft de jongens een extra stimulans. Ze willen allemaal de beste zijn en dat brengt betere prestaties met zich mee.
Het ontwikkelen van het balgevoel kan ook getraind worden. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld met verschillende soorten ballen te werken. Tennisballen foamballen alles is in principe mogelijk. Bedenk wel de oefeningen worden moeilijker naarmate de ballen kleiner worden. Het uitvoeren van herhalingen is ook hier erg belangrijk. We werken toe naar het uitvoeren zonder nadenken ( het automatiseren)
In ons zenuwstelsel ontwikkelen de handen zich eerder dan de voeten. Denk maar eens aan het snel meester worden van computerspelletjes. De computer en televisie pikken sowieso meer uurtjes af van het buitenspelen (lees straatvoetbal) dan vroeger. Daarom is aandacht voor de ontwikkeling van het voetenwerk extra nodig. Bij het voetenwerk zijn vooral sterke enkels een voordeel. Het landen op de voorvoet maakt meer snelheid mogelijk. Als het lichaamsgewicht op de volle voet neerkomt is men trager.
De groeiontwikkeling van de spelers is maatstafgevend voor de soorten
oefeningen. Vanaf plusminus 12 jaar ( de een wat eerder, de ander wat
later) komen de spelers in een versnelde groei terecht. In voetballand
wordt dat ook wel de groeispurt genoemd. In de puberteit worden de benen
langer met andere verhoudingen ten opzichte van het lichaam. Als de spelers
dan langere passen nemen krijg je automatisch een lagere pasfrequentie. Het
voetenwerk wordt dan minder. Immers met grote passen ben je sneller uit je
evenwicht. Neem je kleinere passen dan heb je vaker grondcontact. Tussen 12 en
18 jaar heeft het pas zin om meer op snelheid , uithoudingsvermogen en kracht
te trainen. Daarvoor heeft dat niet zoveel zin. Om dus nog maar even de vraag
van de eerste pagina te beantwoorden. Nee, het heeft geen zin pupillen op
uithoudingsvermogen te trainen. Bij de F pupillen moeten accenten gelegd
worden op de balbehandeling.
Waar we op de training rekening mee moeten houden is het beginners niveau
van de spelersgroep. De kinderen die in de groep meetrainen variëren in
leeftijd van 6 tot 8 jaar. Hoe ziet het gedragspatroon van deze kinderen
eruit? Over het algemeen zijn de kinderen erg op zichzelf gericht. Het sociale
aspect is er nauwelijks. Overspelen? Niks ervan ik wil zelf die bal hebben en
hem bij de tegenstander het doel in lopen. Daar moet alles voor wijken. Vaak
ook medespelers. Het komt zelfs voor dat spelers de bal van eigen
ploeggenoten afpakken om (nog meer) te kunnen scoren. Het pingelen wordt door
menige volger vanaf de zijlijn met ergernis bekeken. Dit is echter een
natuurlijk verschijnsel. Pas op latere leeftijd vanaf 10 jaar komt het sociale
aspect vanuit de spelers zelf wat meer naar voren. De trainer coach moet wel
proberen in te grijpen als er spelers zijn die het plezier in het spelletje
verliezen omdat een medespeler nooit de bal overspeelt.
We hebben het al vaak gehad over balvaardigheid. De meeste hebben nog grote moeite met de bal. Ze zijn niet voldoende baas over de bal. Hiervoor geldt maar een devies: oefenen. oefenen, oefenen. Ook het schieten op doel hebben de meeste nog moeite mee.
Deze leeftijdsgroep heeft weinig begrip van tijd en ruimte. Het verdelen over het veld is moeilijk omdat voor iedereen de bal aantrekkingskracht van de bal nog zo enorm groot is. Vele spelers staan ook dapper vrij, maar beseffen dan niet dat een medespeler ze niet kan bereiken omdat hij twintig meter verderop staat. Zo ook met spelhervattingen van de keeper.
Het lastigste is echter nog voor trainers en leider: vandaag verteld, morgen weer vergeten. Juist daarom moeten sommige basisbegrippen tot vervelends toe worden herhaald. Dit hoeft echter niet te betekenen dat het voor de pupillen ook saai wordt; integendeel. Het enthousiasme bij deze groep is zo groot dat veel oefenstof in spelletjesvorm kan worden geleerd.
naar Leeftijdsspecifieke kenmerken F-Pupillen