Scouten

Scouten waar kijken we naar?

Het scouten binnen de vereniging, het volgen van spelers om te komen tot selectieteams (D1,C1,B1,A1, Seniorenselecties) zal serieus en zorgvuldig moeten gebeuren. Voor de spelers en speelsters is ieder selectieteam belangrijk, een toekomstdoel. Bij het zorgvuldig scouten van spelers moet het volgende aandacht krijgen:

In het overleg met scouts komt het volgende aan de orde:

Wat is een goede scout?

Belangrijke factor voor de mensen die scouten is dat ze zelf behoorlijk wat inzicht in voetballen moeten hebben. Veel ervaring in de voetballerij is noodzakelijk. Als prikkelende slogan zou gebruikt kunnen worden:

'Scouten... dat kan de terreinknecht ook! (maar dan moet hij al wel heel lang terreinknecht zijn)'.

Er wordt hiermee bedoeld dat het vooral gaat om inzicht hebben in hoe kinderen voetballen, het beleven en wat ze ermee willen ( de terreinknecht kent meestal zijn pappenheimers)

Het scouten: de praktijk

In de praktijk komt het scouten neer op het kijken naar hoe spelers voetbalsituaties oplossen:

Voorheen werden criteria genoemd en gehanteerd die op zich weinig informatie verschaften over het voetbalvermogen van een speler.

Allerlei aspecten als loopsnelheid, fysieke bouw, lengte, sprongkracht, loopstijl, technische vaardigheid en mentale eigenschappen als doorzettingsvermogen en meedogenloosheid in de wedstrijd (?) zijn zaken die in het voetballen aan de orde komen, echter ze geven onvoldoende houvast in de beoordeling van de voetballer in de voetbalsituatie. En dat is nu juist het criterium. wat laat een speler in de voetbalwedstrijd zien. We spreken dan ook over het voetbalvermogen, en niet meer over uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lenigheid, mentaliteit e.d.

Veelal is het fysieke criterium van doorslaggevende betekenis geweest in het beoordelen van spelers. In jeugdvoetbal moet echter steeds het ontwikkelingsproces van jeugdigen meegenomen worden (groeispurt, belastbaarheid op bepaalde leeftijd, sociale ontwikkeling, school e.d.). Belangrijkste is vervolgens of spelers tonen of het spel begrepen wordt, of er inzicht in de bedoelingen is en of ze het zien. Op grond daarvan handelen ze, en op grond van dit handelen kan gescout worden of ze talentvol zijn of minder of geheel niet!

In de praktijk blijkt steeds weer, dat er namelijk geen 'ideaal-typische' manier bestaat om voetbalproblemen op te lossen, net zo min als er een 'ideaal typische' voetballer bestaat. Spelers moeten, binnen hun zeer verschillende mogelijkheden, een taak uitvoeren. Voor de jongere spelers zal de 'taakomschrijving' grover zijn, minder op details toegespitst ( bijv hij kan de bal goed veroveren) terwijl het bij oudere spelers juist meer om de fijnere aspecten binnen een taak gaat (bijv hij verovert de bal, blijft zelf goed op de been en kan snel een goede voortzetting maken). De selectiecriteria liggen in de uitvoering van de eerder behandelde bedoelingen van het voetballen in de hoofdmomenten en de daarbij algemene uitgangspunten. Een en ander met steeds het hoofddoel n.l. het winnen van de wedstrijd , voor ogen.

Een paar voorbeelden

Als een speler in de verdediging opereert en bij balbezit steeds de beste voortzetting kiest, maar een aantal keren mistast in zijn eerste taak, namelijk verdedigen (het voorkomen van doelpunten) dan is hij ongeschikt voor die taak en zal dan ook als verdediger als onvoldoende gescout moeten worden. Wellicht is er nog iets te ontwikkelen of bruikbaar op een andere positie. Wanneer een zeer klein en iel spelertje op het middenveld amper een loopduel wint of een bal afpakt, maar wel de beslissende  passes op de spitsen verzendt en de bal goed kan vrijmaken dan is hij voor een belangrijke taak op het middenveld in de opbouw zeer goed bruikbaar en dan zullen andere spelers om het evenwicht te brengen de andere facetten van de rol van het middenveld moeten aanvullen. Juist spelers met dit soort belangrijke talenten verdienen de kans om zich op een hoger niveau te ontwikkelen. Zo zijn er natuurlijk nog zeer veel voorbeelden te bedenken, maar het moet in de praktijk gedaan worden.

Selectie activiteiten

Ooit is gedacht (voornamelijk in Oost Europese landen) om speciale trainingen te ontwikkelen om uit te maken of een speler een goede voetballer is of niet. Veelal werden (en worden nog steeds onder andere in Zwitserland en Oostenrijk) testbatterijen ontworpen waarbij allerlei fysieke- en balvaardigheidvormen moeten worden gedaan.

Het belangrijkste in deze activiteiten wordt gemakshalve weggelaten, namelijk dat waarnemen de basis is van het voetballen. Er werd dus gesprint om het sprinten. gesprongen om het springen, de bal hoog gehouden om het hoog houden, en hard geschoten om het harde schieten. Kortom niet dat wat gevraagd wordt in het voetballen. De relatie naar het voetballen van een wedstrijd (=doelgericht, techniek gebruiken om bijvoorbeeld tot scoren te komen) is niet aanwezig.

Wanneer toch een extra selectieactiviteit nodig is, moet er gezocht worden naar voetbaleigen-situaties, die door de organisatie en regels bijdrage van spelers aan het winnen van de wedstrijd extra belicht. Bijvoorbeeld een tegen een situatie met aanvallen op en verdedigen van een doel, of kleine partijspelen ( 4 tegen 4 en de variaties).

Het zal wel duidelijk zijn dat het scouten van talenten nog niet zo'n eenvoudige taak is. De absolute toppers komen natuurlijk altijd boven drijven, dat is het probleem niet, die melden zich meestal reeds in een vrij vroeg stadium. Het moeilijkst te bepalen zijn de kwaliteiten van talenten, die daar net onder zitten, de ten minste 9 andere spelers van het toekomstige selectieteam.

Lees ook de artikelen selecteren, indelen in groepen, wedstrijdsport spanning tussen selectie en meedoen en meisjes en jongens voetballen samen.

Artikel afkomstig uit KNVB opleidingsboek Coachen van jeugdvoetballers.

naar boekbespreking Coachen van jeugdvoetballers
naar startpagina

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer |  Mail de webmaster  Laatste upload op: 13 mei 2008