Clubbladartikel 4- Het stimuleren van individueel fair play-gedrag
(het derde artikel uit de serie ‘Ouders en Sportieve Opvoeding’)
Er zijn twee dimensies van Fair Play te onderscheiden, namelijk de individuele en structurele. Bij de individuele dimensie gaat het vooral om persoonlijke verantwoordelijkheid van de sporter zelf. De structurele dimensie heeft betrekking op de verantwoordelijkheid van de sportorganisaties en de sportbestuurders. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om dat sportbonden hun regel zo aanpassen dat de sport voor elke deelnemer eerlijk en aantrekkelijk wordt.
Bij de meeste taken van sport is het reglement of de spelregels voor de jeugd aangepast aan de ontwikkeling van de leeftijd van de deelnemers. Bij de meeste balsporten neemt bijvoorbeeld naarmate de deelnemers ouder worden, in de reglementen ook het volgende toe: het gewicht van de bal, de grootte van het speelveld, het aantal spelers, de speelduur per wedstrijd en de moeilijkheidsgraad van de spelregels. Zo worden ook technisch moeilijke sporten, door de aangepaste regelgeving, geschikt voor alle leeftijden. Niet alleen wordt er zo veilig gesport van jongs af aan, maar ook is het sportplezier optimaal.
Fair Play is een breed begrip. In de rol van ouders is het stimuleren van Fair Play dan ook voortdurend verweven. In de eerste categorie -voorwaarden scheppen - wordt dat bijvoorbeeld bereikt door het kopen van goed materiaal zodat onnodige blessures worden voorkomen. Bij de tweede categorie -interesse tonen en stimuleren - kan dat bijvoorbeeld door te waarderen dat het kind hard heeft gewerkt, ook al is de wedstrijd niet gewonnen.
Bij de rol van ouders wordt echter een derde categorie - expliciet individueel Fair Play-gedrag stimuleren - apart genoemd. Ouders zullen zich bewust moeten zijn dat ook zij hun kind kunnen helpen om 'fair' te sporten. Kinderen zullen namelijk door de media, maar ook op en rond het sportterrein zelf met unfair sportgedrag geconfronteerd worden. Het kind moet daarom al vroeg leren wat Fair Play inhoudt.
Fair Play is sportief sporten. Bij Fair Play in de individuele dimensie gaat het er om dat de sporters eerlijk sporten volgens de spelregels en zich ook eerlijk gedragen wanneer het gaat om aspecten die niet in het reglement of de spelregels beschreven staan. Het gaat hier bijvoorbeeld om zaken als:'tegen je verlies kunnen', maar ook 'tegen je winst kunnen', samen willen spelen, ook met de wat minder 'getalenteerden', en de beslissingen van de scheidsrechter en leiders accepteren.
Bij jeugdsport komt onsportief gedrag gelukkig niet overdreven voor. Het zijn vaak de kleine onsportieve dingen waar ouders bij hun kinderen op kunnen letten. Bijvoorbeeld als kinderen nooit toegeven dat een wedstrijd verdiend verloren is, maar altijd onwerkelijke redenen daarvoor bedenken; als kinderen mopperen op medespelers en/of scheidsrechter en de tegenstander 'uitjoelen'. Of als ze laten merken dat er onterecht gewisseld wordt, omdat degene die in het veld komt veel slechter is. Of als ze vooraf laten merken dat ze toch wel eerste worden, omdat ze toch veel beter zijn.
Dit zijn vormen van onsportief gedrag die helaas bij de (jeugd) sport nog wel eens voorkomen. Gelukkig zijn er bij de jeugdsport ook heel veel sportieve gebaren te ontdekken. Als ouder kunt Fair Play bij uw kind stimuleren op verschillende manieren:
1. Leer kinderen om respect te hebben voor alle betrokkenen bij de sport, zoals : de scheidsrechter, de begeleiders,de ploeggenoten en de tegenstanders. Maak duidelijk dat al deze mensen nodig zijn. om te kunnen sporten. Zonder hen is een wedstrijd niet mogelijk. Iedereen wil plezier beleven aan sport; maak dat dan ook voor iedereen mogelijk. Op anderen mopperen, schelden of anderen uitlachen is daarbij natuurlijk niet aan de orde.
2. Probeer kinderen van jongs af aan te leren dat ook scheidsrechters hun best doen. Probeer ze ervan et overtuigen dat als een sporter een andere mening heeft dan de scheidsrechter, het dan net zo goed kan zijn dat de sporter het fout heeft gezien. Er is geen discussie mogelijk, de beslissing valt zoals de scheidsrechter het zag. Elke sporter hoort dit te accepteren, ook al zag hij het anders. Voorkom dat scheidsrechters overladen worden met kritiek. Dit is erg onplezierig voor hen, het beinvloedt het resultaat meestal niet en de spelvreugde wordt hiermee zeker niet groter.
3. Indien u, als ouder, naar sport kijkt en zeker indien u zelf ook sport, dient u zelf het voorbeeld voor Fair Play te zijn. Kinderen imiteren vaak - bewust of onbewust - ouderlijk gedrag en denken dat dat het juiste is. Bovendien geeft correct gedrag van uw zijde, u het recht van spreken om unfair gedrag van anderen af te keuren.
4. Topsport, waarmee kinderen door de media geconfronteerd worden, kan een negatief effect hebben op het Fair Play-gedrag van de jonge sporters. Leer hen dat sommige dingen die bij topsport voorkomen niet goed zijn. Leg hen uit dat onsportief gedrag nooit goed te praten is, maar dat bij topsport andere (bijvoorbeeld financiele) belangen een rol spelen.
5. Benadruk/beloon sportief gedrag van uw kind. Bijvoorbeeld als hij de winnaar heel spontaan feliciteert, als hij zegt dat de ander verdiend gewonnen heeft, als hij minder goede spelers helpt, of als hij toegeeft dat hij een fout maakte. Een sporter die veel inzet toonde ondanks een grote achterstand en een ploeg die verloren heeft, maar waarbij de zwakke sporters een kans kregen, verdienen een groot compliment.
6. Grijp snel in bij onsportief gedrag van uw kind. Leg uit waarom het onsportief is en hoe het beter had gekund. Argumenten hierbij kunnen zijn dat een overwinning eigenlijk alleen maar waarde heeft als die eerlijk behaald is en dat je bij alles wat je doet rekening moet houden met de gevoelens van mede- en tegenspelers en de leiding.
7. Leer het kind zich in te zetten voor de vereniging. De vereniging steekt veel tijd in de jonge sporters. De vereniging verwacht daar iets van terug en moet op leden kunnen rekenen. Je kunt verenigingen niet laten zitten door, zonder goede reden, niet op te komen dagen op trainingen of wedstrijden.
Tot slot weer een test die bewust maakt wat individuele Fair Play is en hoe dat door ouders kan worden gestimuleerd.
Vragen
1. Kunt u een paar voorvallen van onsportief gedrag van uw kind of zijn/haar sportgenoten noemen?
2. Kunt u een paar voorvallen van sportief gedrag van uw kind of zijn/haar sportgenoten noemen?
3. Wordt er, naar uw mening, binnen de vereniging voldoende aandacht besteed aan Fair Play?
4. Praat u ooit met uw kind over sportief sporten / Fair Play?
5. Laat u uw kind duidelijk merken dat 'spelplezier' belangrijker is dan 'winnen'?
6. Vindt u van uzelf dat u het goede voorbeeld van Fair Play geeft? Reageert u bijvoorbeeld wel eens in het openbaar op discutabele beslissingen van de leiding?
Clubbladartikel 1 - Tien
cynische tips voor ouders
Clubbladartikel 2 - De invloed van
ouders op het gedrag van kinderen
Clubbladartikel 3 - Voorwaarden
scheppen voor de sportbeoefening alsmede interesse tonen en stimuleren
Clubbladartikel 4 - Het stimuleren van
individueel fair play-gedrag
Clubbladartikel 5 - Kwaliteitscontrole en
taakinvulling bij de sportvereniging
Clubbladartikel 6 - Redenen voor kinderen
en jongeren om te sporten
Clubbladartikel 7 - Redenen voor kinderen
en jongeren om te stoppen met sport
Clubbladartikel 8 - De waarde van sport
Clubbladartikel 9 - De waarde van winnen
Clubbladartikel 10 - Ouders als
toeschouwer
Clubbladartikel 11 - Als ouder uw eigen
kind trainen en/of coachen