Het uitgooien van de keeper

Zodra de keeper de bal in zijn bezit heeft, moet hij het spel voortzetten of hervatten. De manier waarop dit gebeurt is, technisch gezien, afhankelijk van de situatie in het veld. De mogelijkheden die hij heeft om de bal weer terug in het spel te brengen zijn:

1. Uitgooien

2. Uit de handen trappen

3. Trap van de grond; tijdens het spel en als spelhervatting (doeltrap, vrije trap binnen het 16 meter gebied).

Het gooien van de bal is de zuiverste en snelste manier om als doelman het spel te hervatten. Daarin kunnen verschillende mogelijkheden onderscheiden worden:

1. Rollen

2. Slingerworp, zijwaarts en bovenhands

3. Strekworp, zijwaarts en bovenhands

Rollen

Dit is een goede en zuivere worp voor de korte afstand. De bal wordt over de grond naar de medespeler gerold.

 

 

 

Techniekbeschrijving:

Belangrijkste fouten:

a. Bal wordt te vroeg of te laat losgelaten, waardoor deze gaat stuiteren en voor de medespeler moeilijker te controleren is.
b. Niet goed door de knieen gaan.
c. De bal wordt niet lang genoeg begeleid. De beweging wordt abrupt afgebroken, daardoor neemt de balsnelheid af. De kans bestaat dan, dat de bal niet de plaats van bestemming haalt.

Slingerworp; zijwaarts en bovenhands

 

 

Een worp voor lange afstanden. Is voor de medespeler moeilijker onder controle te krijgen, door het effect dat de bal meekrijgt.

 

 

 

 

 

 

Techniekbeschrijving:

De volgende basisprincipes gelden voor beide slingerworpen (zijwaarts en bovenhands):

Belangrijke fouten:

a. De werphand niet goed achter de bal, waardoor deze wegglijdt.

b. Bal wordt te vroeg of te laat losgelaten

c. Bal gaat te hoog (tijdverlies) of te laag (tegen de tegenstander aan).

 

Strekworp zijwaarts en bovenhands 

 

Een strakke worp over middenlange afstand, die door de korte uithaalbeweging sneller uitgevoerd kan worden dan de slinger- en/of rolworp. Het is een duw/stootbeweging, die tot stand komt door het strekken van de elleboog en het polsgewricht.

 

Techniekbeschrijving:

Vaak wordt ook sterk door de knieen gebogen; om de bal zo strak mogelijk  direct of via de grond naar een medespeler te gooien. De bal is dan gemakkelijker onder controle te krijgen. Het verschil tussen zijwaartse en bovenhandse strekworp is dat bij de zijwaartse het hele bovenlichaam naar de werpkant helt (dichter bij de grond) en bij de bovenhandse het bovenlichaam vrijwel gestrekt blijft.

 

Belangrijke fouten:

a. Hand niet goed achter de bal

b. Bal te vroeg of te laat loslaten

c. Geen goede 'uitstap'

d. Niet goed door de knieen

 

Opmerking:

Boekentips:

 

Basisboek Keeperstraining Frans Hoek
De coach en zijn keeper Maarten Arts 

Keepen is een kunst Piet Schrijvers 

naar Keeperstrainingsinformatie
naar Trainingstipsstartpagina
 

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 11 mei 2008