| Uitrusting van de
spelers
Scheenbeschermers zijn in het gehele veldvoetbal verplicht. Ze moeten volledig door de kousen zijn bedekt en een redelijke graad van bescherming bieden. De twee verenigingen moeten duidelijk van elkaar verschillende kleuren dragen. De kleding van de doelverdedigers moeten hen onderscheiden van de andere spelers en van de scheidsrechter. De doelverdedigers doen er goed aan kniebeschermers te dragen. Deze bescherming is vooral gewenst als de velden hard zijn. Verwondingen of knieklachten die op latere leeftijd ontstaan, kunnen daardoor worden voorkomen. De Aanvoerdersband - De aanvoerders van alle elftallen of teams die wedstrijden spelen, georganiseerd door of met goedkeuring van de KNVB, zijn verplicht een aanvoerdersband te dragen. Een speler mag niets dragen dat gevaarlijk is voor hem of een andere speler. Dit kan gelden voor ringen, horloges, halskettinkjes, oorbellen of een gipsverband, bijvoorbeeld om een arm. De scheidsrechter dient hierop te letten. |
Al
eerder is aangegeven dat de training een nabootsing is van de wedstrijd. Dit
geldt zeer zeker ook voor de uitrusting van de spelers. Dus tijdens de
training ook scheenbeschermers, goed onderscheid van de beide partijen (ook in
oefenvormen en partijspelen) door middel van goed te onderscheiden
overgooiers. Geen afgezakte kousen in de zin van: "het is toch maar een
training". Geen sieraden en dergelijke tijdens de training. Hier geldt
ook weer: een gewenningsproces, gecontroleerd door de coach. Zeker belangrijk
is hierbij de juiste keuze van welke noppen voor welk veld, denk maar aan
trainingen op een oefenveld met veel blubber. Tijdens de wedstrijden moeten
spelers die aan het warmlopen zijn om in te vallen een andere kleur dragen dan
de beide tenues van de clubs. Een trainingsjack is vaak de oplossing.