Uitrusting van de spelers

Er moet op schoenen worden gespeeld. Dit kunnen voetbalschoenen zijn, maar ook gewone of basketbalschoenen zijn b.v. ook toegestaan, mits ze geen gevaarlijke uitsteeksels hebben. Zonder schoenen mag alleen worden gespeeld, wanneer alle 22 spelers zo spelen. De hiernaast afgebeelde speler kan geen geldig doelpunt scoren.

De aanvoerders van beide partijen mogen de scheidsrechter vragen het schoeisel te controleren. Dit moet dan voor de wedstrijd gebeuren of in de rust. Wanneer een speler de scheidsrechter erop attendeert dat een tegenstander spijkers in zijn schoenen heeft, dan is de scheidsrechter verplicht om die schoenen te controleren en die speler zo nodig weg te sturen om het het veld pas weer te betreden, als het spel dood is. De scheidsrechter moet dan controleren of het schoeisel inderdaad in orde is.

Hierop mag niet gespeeld worden. Het uitsteken van de spijkers moet eerst verholpen worden. Voetbalschoenen moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen. Onoordeelkundig bevestigde of slijtende noppen kunnen vervelende verwondingen veroorzaken.

Scheenbeschermers zijn in het gehele veldvoetbal verplicht. Ze moeten volledig door de kousen zijn bedekt en een redelijke graad van bescherming bieden. De twee verenigingen moeten duidelijk van elkaar verschillende kleuren dragen. De kleding van de doelverdedigers moeten hen onderscheiden van de andere spelers en van de scheidsrechter. De doelverdedigers doen er goed aan kniebeschermers te dragen. Deze bescherming is vooral gewenst als de velden hard zijn. Verwondingen of knieklachten die op latere leeftijd ontstaan, kunnen daardoor worden voorkomen.

De Aanvoerdersband - De aanvoerders van alle elftallen of teams die wedstrijden spelen, georganiseerd door of met goedkeuring van de KNVB, zijn verplicht een aanvoerdersband te dragen.

Een speler mag niets dragen dat gevaarlijk is voor hem of een andere speler. Dit kan gelden voor ringen, horloges, halskettinkjes, oorbellen of een gipsverband, bijvoorbeeld om een arm. De scheidsrechter dient hierop te letten.

Al eerder is aangegeven dat de training een nabootsing is van de wedstrijd. Dit geldt zeer zeker ook voor de uitrusting van de spelers. Dus tijdens de training ook scheenbeschermers, goed onderscheid van de beide partijen (ook in oefenvormen en partijspelen) door middel van goed te onderscheiden overgooiers. Geen afgezakte kousen in de zin van: "het is toch maar een training". Geen sieraden en dergelijke tijdens de training. Hier geldt ook weer: een gewenningsproces, gecontroleerd door de coach. Zeker belangrijk is hierbij de juiste keuze van welke noppen voor welk veld, denk maar aan trainingen op een oefenveld met veel blubber. Tijdens de wedstrijden moeten spelers die aan het warmlopen zijn om in te vallen een andere kleur dragen dan de beide tenues van de clubs. Een trainingsjack is vaak de oplossing.



Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips |
Disclaimer Mail de webmaster 
Laatste upload op: 11 mei 2008