Vangen
De bedoeling voor een keeper moet zoveel mogelijk zijn om de ballen die op hem afkomen zodanig te verwerken dat de bal in zijn bezit blijft. Als de bal in zijn handen blijft, of tegen zijn lichaam wordt geklemd , dan kan de tegenstander niet scoren. We hebben het bij het vangen over drie vangtechnieken:
De bovenhandse vangtechniek
De onderhandse vangtechniek
Het vangen met de buik/borst
Bovenhands vangen
De bovenhandse vangtechniek is voor ballen die hoger aankomen dan de schouders. Hoe vang je nu die hoge ballen?
De keeper moet altijd proberen de bal op het hoogste punt te vangen. Daarbij is het inschatten van de balbaan een van de moeilijkste dingen.
Vervolgens gaat de keeper met gestrekte armen naar de bal toe. De handen zijn 'geopend' en de vingers gespreid. Let op dat de duimen achter de bal komen en de vingers in een waaiervorm om de bal heen gaan. De polsen gaan voorover. Als de vingertoppen de bal raken maakt de keeper een meegevende beweging door de ellebogen te buigen en vervolgens de bal naar de bost toe te brengen. Door deze beweging remt de bal af. Laat de polsen niet achteroverklappen maar breng ze naar voren. Vervolgens word de bal gezekerd. Omarmd.
Wat gaat er nu het meeste mis bij beginnende keepers...?
De armen worden niet gestrekt en de handen gaan de bal niet tegemoet.
De handen worden naast de bal geplaatst in plaats van erachter. Zo kan de bal gemakkelijk doorschieten.
De bal komt eerst tegen de platte hand, of handpalm, waardoor de kans groter is dat de bal terug het veld in komt.
De vingers zijn gespannen en gestrekt in plaats van ontspannen. Ook hierdoor kan de bal verder weg stuiten.
De bal wordt niet naar de buik of borst gebracht. Bij lichamelijk contact met andere spelers wordt de bal hierdoor eerder losgelaten. Overigens moeten we bij dit laatste punt wel vermelden dat bij topkeepers dit laatste punt wel eens bewust wordt overgeslagen. Dit staat een snelle spelhervatting in de weg en om nog maar eens een uitspraak van Cruijff aan te halen: "De keeper is de eerste aanvaller"
Onderhands vangen
Voor ballen boven de enkel en onder de schouder.
Ook bij het onderhands vangen dienen de handen de bal altijd tegemoet te gaan. Bij de onderhandse vangstand wijzen de vingers in de vorm van de bal en zijn ze gespreid. De pinken zijn dicht bij elkaar. Ook hier maken de vingertoppen het eerst contact met de bal om de snelheid uit de bal te halen.
Let weer op de meegevende beweging. Vervolgens wordt de actie afgemaakt door de bal naar de buik of de borst te brengen waar de bal wordt gezekerd.
Een overzichtje van de belangrijkste fouten:
De handen gaan de bal niet tegemoet.
De vingers zijn gespannen en gestrekt in plaats van ontspannen
Niet de vingertoppen maar de platte hand raakt als eerste de bal, grotere kans op wegspringen van de bal.
De handen worden naast de bal geplaatst in plaats van erachter. Zo kan de bal gemakkelijk doorschieten.
De bal wordt niet naar de buik of borst gebracht. Bij lichamelijk contact met andere spelers wordt de bal hierdoor eerder losgelaten
Vangen met buik en borst
Voor
ballen die aankomen tussen heup en schouderhoogte.
Bij het verwerken van deze ballen maakt de keeper gebruik van zijn lichaam. Daarbij kan de keeper de bal beter proberen te verwerken in de buikholte dan boven op zijn borstbeen. Het borstbeen is namelijk harder en omdat hier de bal door zijn snelheid niet altijd direct omarmd kan worden bestaat de kan op terugstuiteren in het veld.
Op het moment dat de bal tegen het lichaam komt buigt de keeper zoveel mogelijk zijn bovenlichaam naar voren over de bal heen. Daarna omsluiten de armen de bal. Hierbij zijn de ellebogen gebogen, waarna onderarmen en geopende handen de bal 'zekeren'.
Ook hier een kort overzichtje van wat er fout kan gaan:
De bal wordt fout omarmd, dwz met de ellebogen naar buiten en de handen boven en onder de bal. De bal kan aan de zijkanten wegglijden
De bal tegen de borst ( het borstbeen) aan laten stuiten. De keeper kan dit voorkomen door bij deze iets hoger aankomende bal te springen.
Niet over de bal heen buigen, waardoor harde schoten als ze niet kunnen worden omarmd terug het veld in komen.
Dan hebben we het nog niet gehad over de ballen die over de grond bij de keeper aankomen. Deze technieken met bal worden beschreven bij de opraaptechnieken.
Boekentips:
|
|
Basisboek Keeperstraining Frans Hoek
|
|
|
De coach en zijn keeper Maarten Arts
|
|
|
naar Keeperstrainingsinformatie
naar Trainingstipsstartpagina