Vangen

De bedoeling voor een keeper moet zoveel mogelijk zijn om de ballen die op hem afkomen  zodanig te verwerken dat de bal in zijn bezit blijft. Als de bal in zijn handen blijft, of tegen zijn lichaam wordt geklemd , dan kan de tegenstander niet scoren. We hebben het bij het vangen over drie vangtechnieken:

  1. De bovenhandse vangtechniek

  2. De onderhandse vangtechniek

  3. Het vangen met de buik/borst

Bovenhands vangen

De bovenhandse vangtechniek is voor ballen die hoger aankomen dan de schouders. Hoe vang je nu die hoge ballen?

De keeper moet altijd proberen de bal op het hoogste punt te vangen. Daarbij is het inschatten van de balbaan een van de moeilijkste dingen.

Vervolgens gaat de keeper met gestrekte armen naar de bal toe. De handen zijn 'geopend' en de vingers gespreid. Let op dat de duimen achter de bal komen en de vingers in een waaiervorm om de bal heen gaan. De polsen gaan voorover. Als de vingertoppen de bal raken maakt de keeper een meegevende beweging door de ellebogen te buigen en vervolgens de bal naar de bost toe te brengen. Door deze beweging remt de bal af.  Laat de polsen niet achteroverklappen maar breng ze naar voren. Vervolgens word de bal gezekerd. Omarmd.

 

Wat gaat er nu het meeste mis bij beginnende keepers...?

Onderhands vangen

Voor ballen boven de enkel en onder de schouder.

 

Ook bij het onderhands vangen dienen de handen de bal altijd tegemoet te gaan. Bij de onderhandse vangstand wijzen de vingers in de vorm van de bal en zijn ze gespreid. De pinken zijn dicht bij elkaar. Ook hier maken de vingertoppen het eerst contact met de bal om de snelheid uit de bal te halen. 

Let weer op de meegevende beweging. Vervolgens wordt de actie afgemaakt door de bal naar de buik of de borst te brengen waar de bal wordt gezekerd.

Een overzichtje van de belangrijkste fouten:

Vangen met buik en borst

Voor ballen die aankomen tussen heup en schouderhoogte.

 

Bij het verwerken van deze ballen maakt de keeper gebruik van zijn lichaam. Daarbij kan de keeper de bal beter proberen te verwerken in de buikholte dan boven op zijn borstbeen. Het borstbeen is namelijk harder en omdat hier de bal door zijn snelheid niet altijd direct omarmd kan worden bestaat de kan op terugstuiteren in het veld.

Op het moment dat de bal tegen het lichaam komt buigt de keeper zoveel mogelijk zijn bovenlichaam naar voren over de bal heen. Daarna omsluiten de armen de bal. Hierbij zijn de ellebogen gebogen, waarna onderarmen en geopende handen de bal 'zekeren'.

 

 

 

 

Ook hier een kort overzichtje van wat er fout kan gaan:

Dan hebben we het nog niet gehad over de ballen die over de grond bij de keeper aankomen. Deze technieken met bal worden beschreven bij de opraaptechnieken.


 

Boekentips:

 

Basisboek Keeperstraining Frans Hoek
De coach en zijn keeper Maarten Arts 

Keepen is een kunst Piet Schrijvers 

naar Keeperstrainingsinformatie
naar Trainingstipsstartpagina
 

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 11 mei 2008