| Wat is doping ? |
Al eerder hebben deze artikelen op de site gestaan. Ze zijn afkomstig van het NOS Internetdossier Doping, dat inmiddels in een vernieuwd jasje is terug te vinden op de website van de NOS. Omdat steeds meer jongeren de idee hebben dat het gebruik van pillen de sportbeoefening stimuleert is er besloten om dit onderwerp toch weer op de site te herplaatsen. Dat wil zeker niet zeggen dat de webmaster een voorstander is van het gebruiken van voedingssupplementen. Het gaat er in deze alleen maar om, om duidelijke algemene voorlichting te geven aan sporters en hun begeleiders.
Allerlei vragen over doping kunnen worden gesteld aan het NECEDO, het Nederlands Centrum voor Dopingsvraagstukken: http://www.necedo.nl
| Wat
is doping eigenlijk? De Van Dale leert ons dat we onder doping moeten
verstaan 'het toedienen van stimulerende middelen die de
sportprestaties oneerlijk beïnvloeden.' Hoewel deze definitie op het
eerste gezicht eenduidig is, roept zij een aantal vragen op. De meest
voor de hand liggende is natuurlijk: welke stimulerende middelen zijn
dat dan?
Categorie I: verboden stoffen
Plaspillen Diuretica zijn plaspillen en worden gebruikt om snel gewicht te verliezen. Ze worden geslikt door kracht- en vechtsporters die in een lagere gewichtsklasse meer kans denken te maken op medailles. Bodybuilders gebruiken diuretica omdat bij groot vochtverlies de spiergroepen duidelijker zichtbaar worden. Ten slotte hopen sporters die andere verboden middelen hebben 'gepakt' door een verhoogde urineproductie de concentratie van die stoffen te verlagen en zo door de dopingcontrole te komen. Het gebruik van diuretica kan leiden tot hartritmestoornissen, uitdroging, oververhitting, verzuring van de spieren, spierkrampen en duizeligheid. Peptide hormonen en verwante stoffen stimuleren lichaamseigen hormonen zoals steroïden en testosteron. Een aantal stoffen (HCG en LH) zijn alleen bij mannen verboden. Groeihormoon (GH) bevordert tot de puberteit de lichaamsgroei. Sporters willen met GH de spiermassa verder opbouwen maar riskeren hiermee enorme gezondheidsproblemen. Andere bekende middelen die onder deze subgroep vallen zijn EPO (Erytropoëtine), dat het aantal rode bloedcellen verhoogt, en insuline. Dat laatste middel is uiteraard wel toegestaan voor suikerpatiënten. Het gebruik van GH kan hart- en vaatziekten, suikerziekte, spierzwakte en gewrichtsaandoeningen tot gevolg hebben. Met EPO riskeert de sporter een hoge bloeddruk, longembolie, hart- en herseninfarct, stuipen en trombose. Categorie II: verboden methoden De bekendste verboden methode om de sportprestaties te bevorderen is bloeddoping. Daaronder wordt verstaan het toedienen van bloed, rode bloedcellen of verwante bloedproducten. Daarbij is het bloed vaak in een eerder stadium afgetapt. Als de atleet, die in de 'bloedarme' staat doortraint, de rode bloedlichaampjes dan weer toegediend krijgt, kan meer zuurstof naar de spieren worden gebracht. Een voorbeeld van een atleet die in de jaren zeventig en tachtig veel profijt heeft gehad van bloeddoping is de Finse lange-afstandsloper Lasse Viren. Een andere voor de hand liggende verboden methode is die van de farmacologische, chemische en fysieke manipulatie. In gewoon Nederlands: het in de maling nemen van de dopingcontroleurs. Daarbij moet gedacht worden aan het afgeven van oude of andermans urine bij de dopingcontrole of het toevoegen van maskerende stoffen aan de afgegeven urine. Zo zou de Ierse zwemster Michelle Smith haar plasje met alcohol besprenkeld hebben, waardoor het urinemonster onbruikbaar werd. Categorie III: middelen die onder bepaalde omstandigheden verboden zijn
|