Wedstrijdsport: Spanning tussen selectie en meedoen
Een van de kenmerken van wedstrijdsport is selectie. De beste kinderen uit een teamsport als voetbal komen in de ‘selectie’ van hun leeftijdscategorie te zitten. F1 voor de 6-8 jarigen, E1 voor de 8-10 jarigen en D1 voor de 10-12 jarigen. Bij vrijwel alle voetbalclubs is het selecteren bij F-jes al ingeburgerd. De KNVB heeft hiervoor geen vaste richtlijnen, de clubs mogen daar zelf over beslissen. Extra aandacht voor talenten is op zich een goede zaak. Talenten moeten de kans krijgen zich goed te ontwikkelen; voor de club, maar natuurlijk ook voor het kind zelf. En die ontwikkeling hoeft niet aan banden te worden gelegd, omdat andere kinderen minder talent hebben. Zo’n selectieteam krijgt vaak extra faciliteiten: meerdere malen training per week, mooie outfit van de sponsor, een met zorg uitgekozen trainer en af en toe een extra toernooitje. Op deze wijze wordt de afstand met de niet-geselecteerden alsmaar groter. Er schuilt wel enige waarheid in het gezegde ‘eens geselecteerd, altijd geselecteerd’. De andere kinderen kijken soms met jaloezie naar de voorrechten van de selectie. En dat kan ook plaatsvinden binnen een team, waar de talenten veel meer speeltijd krijgen als de sportief minder begaafde kinderen. Hier kan het selectieprincipe uit de wedstrijdsport in botsing komen met het gelijkheidsprincipe van de jeugdsport: het recht op evenveel speeltijd en trainingstijd als de talenten, het recht om ook het spel goed te leren! In de praktijk kunnen zich allerlei problemen voordoen. Berucht zijn de bankzitters die weinig worden opgesteld. Alleen bij heel gemakkelijke wedstrijden krijgen ze de kans om in te vallen. Maar als het spannend wordt, krijgen ze niet de kans om te spelen.
Een andere situatie is dat ‘lagere’ teams bij teamsporten worden ‘leeggeplukt’ten behoeve van de hogere teams. Dat gebeurt vooral als die teams uitvallers hebben en toch compleet in het veld moeten verschijnen. Het gebeurt ook in de jeugdsport dat lagere teams bijna nooit in een vaste samenstelling kunnen spelen, zodat het leerrendement van het team als team eigenlijk heel laag ligt. De spanning tussen selectie en participatie is niet gemakkelijk op te lossen in deze fase van de ontwikkeling. Men kan een goede stap in de richting zetten van spelplezier voor iedereen door alle kinderen die dat willen, dezelfde leerfaciliteiten te bieden zodat het geselecteerd zijn van de een niet ten koste gaat van de ander. En een ander uitgangspunt zou een goede communicatie kunnen zijn met de jongens en meisjes en de ouders. Een overleg waar gezocht kan worden naar oplossingen waar velen zich in kunnen herkennen.
Tips
Zie ook verder
artikelen Selecteren , Scouten
en Meisjes en jongens voetballen
samen.
(tekst overgenomen uit
boek Jeugdsport, Een verhaal apart.)